Polentravel

Voorbereiding Zakopane 2018

 

“Ja daar, naar links, achter die pilaar, je kan nog een klein stukje naar achteren. Goed gestuurd jongen, we zijn trots op je.” We bevinden ons in een duistere parkeergarage in Krakau. Vanmorgen om zes uur vertrokken wij uit Anna Paulowna, de woonplaats van Tim en twaalf uur later lopen we langs een spoor van rode ledlampjes , via de uitgang ,  de Krakauer avond in. De voorbereiding voor de wintersportreis 2018 is begonnen. Het wordt deze week weer hard werken, we zijn maar met drie man net als vorig jaar. Maar Tim, Rob en Jan zijn ervaren, hebben er zin in en weten de weg. Bijvoorbeeld naar hotel Kadetus, een vriendelijk geprijsd onderkomen aan de rand van de oude stad. Eenvoudig en doeltreffend, want ons doel is na een dag rijden en één tankstop een “eenvoudige doch voedzame maaltijd”, te beginnen met een śledź uit Ambasada Sledzia, de “Haringambassade.” Deze studentenbar annex restaurant is gelegen naast de Amerikaanse ambassade en serveert vooral haring in allerlei variëteiten. Goedkope gerechten voor betaalbare prijzen. Buiten regent het, de keitjes op de Rynek, het grootste middeleeuwse plein van Europa, glinsteren in het licht van de vele lantaarns. Onder onze paraplu’s lopen we de Florianska in , op zoek naar een droge plek. Wij vinden die onder de grond in één van de talloze gemetselde gewelven onder de straat. Het restaurant Pod Zlota Pipa (onder de gouden pijp) is behaaglijk warm en intiem. Voor het eerst in al die jaren , zien wij op de kaart een Poolse wijn staan. Geproduceerd in een wijngaard in Krakau. Eeuwenlang is er wijn gemaakt in Polen. In de communistische tijd is alles gestopt. Nu is er op een terrein van een oud klooster waar al in 1650 wijn werd verbouwd, de productie herstart en in 2010 zijn er nieuwe wijnstokken geplant. Srebrna Góra (Silver Mountain) produceert nu 75000 flessen per jaar en wij hebben er één van geproefd en het smaakte naar meer. Op inspectie in de nabijgelegen pianobar zagen we dezelfde wijn, helaas, de fles was al lang aangebroken en voor ons een reden, na een lange dag,  ons bed op te zoeken. We moeten morgen uitgerust zijn, want we gaan terug in de tijd. Op naar de jaren van het communisme.

 

Tim heeft voor ons een tour geregeld naar Nowa Huta, de satellietstad, die na de tweede wereldoorlog buiten Krakau werd gebouwd. Het moest een groot centrum worden voor de zware industrie en een modelstad voor de communistische propaganda. Een stad met de grootste staalfabriek, vernoemd naar Lenin, maar zonder kerk en dat werkt niet in het katholieke Polen. De latere paus Johannes Paulus II heeft er aan bijgedragen, dat er toch een kerk gesticht werd. In de jaren 80 waren er grote demonstraties door de vakbond Solidarnosć tegen de communistische machtshebbers en werd na de val van het systeem in 1989,  het immens grote standbeeld van Lenin verwijderd.

 

Ons bezoek aan deze stad gaat in een Trabant, het DDR autootje uit de vorige eeuw. Tweetakt motor, kunststof carrosserie, zonder enige luxe, onverwoestbaar en door de eigenaar gemakkelijk te onderhouden. Je ziet ze bijna niet meer. Toch staat er  ééntje voor ons klaar, samen met gids Isabel. Zij verwacht, dat wij, drie grote kerels, zich samenpersen in het kleine Trabantje. De deur klemt, Isabel trekt en duwt om haar deur open te krijgen. Wij proberen aan de andere kant toegang te krijgen. “Ho, wacht,” roept Rob, “De achterbank is nat.” De zitting is totaal doorweekt, Isabel rent weg en komt terug met een plastic zak en legt die op de zitting. Jan en Rob nemen plaats en zitten klem met hun hoofd in een lila schapenvacht, die de binnenkant van het dakje bekleedt. Tim mag voorin, hij als geen ander geïnteresseerd in autotechniek, kijkt vol ontzag naar Isabel, die rammelend en schuddend de weg oprijdt en zich voortvarend, rukkend aan de versnellingspook en zonder stuurbekrachtiging  een weg door het drukke verkeer baant. Bij de ingang van de staalfabriek, of wat er nu nog van over is, staat ze stil en laat ze ons onder de motorkap kijken. Simpele techniek, een 2 takt motortje en een fles motorolie , om zelf bij de benzine te mengen. Tim mag ook rijden. Vier rondjes om het parkje en krakend met twee wielen door de bocht. “Oh Tim, you are a good driver,”  kirt Isabel.  Ja dat wisten we al.

Isabel, universitair geschoold psychologe en werkzaam op twee scholen, met als bijbaan gids in een Trabant, vertelt in rap Engels de hele geschiedenis van Nowa Huta. We bezoeken een appartement, dat met zijn houten schrootjes, sterk aan ons oude pensionat Jastrzebianka doet denken. De flat heeft nog een inrichting uit de jaren zestig en doet dienst als een museum. We zitten voor een oude TV en bekijken een propagandafilm uit de jaren vijftig over de bouw van Nowa Huta. De stad is ruim opgezet met veel groen en parken. De belangrijkste van de 5 hoofdstraten leidde naar de staalfabriek. Een fabriek waarvoor het erts uit de Sovjetunie kwam en daar als staal weer terugkeerde. Na de omwenteling raakten de meeste mensen werkloos en raakte de stad in verval. Nu is er weer een trek naar de stad met vooral jonge gezinnen. Isabel trakteert ons op zoute augurken en een glaasje wodka. Daarna rijdt ze ons weer rond en bezoeken we een restaurant waar de tijd heeft stilgestaan. In het toilet klemt de deur, drupt de kraan, de zitting zit los, het papier is op. Een tijdsbeeld, dat in stand wordt gehouden voor de toerist?  Ze laat ons een fotoboek zien en blijft maar vertellen. Na afloop zet ze ons af in de Joodse wijk, waar we ons weer uitvouwen en op zoek gaan naar een kop soep.

’s Middags komen we aan in Zakopane, de plaats waar we ons deze winter allemaal op verheugen. De plek waar we een jaar lang naar toe leven. Wij zijn er al voor ons onderzoek en wij zijn welkom in hotel Patria. Ons vaste hotel Bel Ami zit deze winter al vol met onze gasten en Patria zal ook wel vol komen. Wij doen er alles aan om u een aangenaam verblijf te bieden in Zakopane. Hotel Patria ligt op 400 meter wandelen van Bel Ami. Het is wat kleiner, rustig gelegen, ruime kamers, een prima ontbijt en keuken en wat heel belangrijk is: We zijn hartelijk welkom. En niet alleen daar, die middag brengen we vast wat bezoekjes aan diverse gelegenheden en hoe bestaat het, ze kennen ons nog en overal is het weerzien of je niet weg bent geweest. Rob is verkouden aan de reis begonnen en weet zijn bacillen in rap tempo door heel Zakopane te verspreiden. Hij trekt een heel spoor van sniffend balie- en keukenpersoneel, rochelende halfblinde omaatjes, proestende barmanka’s of mannen met een kaal hoofd, het maakt niet uit, iedereen lacht en is blij hem te zien.

 

In ons hotel Bel Ami wordt een verbouwing voorbereid. Best wel ingrijpend. De bar in de kelder gaat naar boven en komt op de plek van het toneeltje in de lobby. Beneden wordt het een speelparadijs voor de jeugd. Tim bekijkt met bedrijfsleidster Anna of alles goed op papier staat en of de kamerindeling nog klopt. We zijn welkom en er staat voor iedereen een bed klaar. Jan maakt afspraken over de prijzen aan de bar. Die veranderen niet en we mogen onze streepjes zelf weer in het boek schrijven.

Op onze inspectietocht komen we vaak in de grote winkelstraat van Zakopane, de Krupówki. We bezoeken wat winkels voor de boodschappen voor thuis, proeven hier en daar van het bier of de wodka en zijn natuurlijk benieuwd of ons oude vergaderlokaal Bar Anemon al weer open is. Op de webcam konden we al zien, dat het nog even gaat duren. Het wordt een groot gebouw met meerdere winkels of eetgelegenheden en het wordt wel lente voor dat klaar is. Bij Seagram’s vinden ze dat niet heel erg. Zij willen ons in februari graag verwelkomen, ondanks de kleine verbouwing die plaatsvond na een spontane trouwerij vorig jaar en op ons verzoek worden er in februari extra hammen aangeschaft voor hun specialiteit: het schaaltje dun gesneden rauwe ham.

 

Een geldautomaat in de Krupówki staat open. Geldwagen schuin ervoor. Bewaker met een strenge blik kijkt ons weg. Tim roept: ”Jan geen foto maken.” Een monteur is wat aan het sleutelen. “Oh, wat leuk,” zegt Rob, “dat heb ik nou altijd al eens willen zien. Bewaker versombert en zijn voorhoofd trekt rimpels. Zijn hand gaat langzaam naar zijn riem. “Ja,” zegt Rob tegen de man, wat leuk al die laadjes, laat ik nou altijd gedacht hebben, dat er een boom in groeide.”

De lunch brengt ons naar restaurant Bąkowo Zohylina, een traditioneel restaurant dicht bij het centrum. In februari moesten vrienden van ons hun favoriete plaats afstaan aan Andrzej Duda, de president van Polen, die omringd door een grote groep beveiligers , zijn diner daar gebruikte. Nu zit Rob op zijn plek en wij nuttigen iets kleins, althans dat proberen we, maar dit restaurant denkt groot, serveert ruime porties voor een bescheiden prijs. Met de gastheer hebben wij een gesprek over het contracteren van een kapela, een traditioneel góral orkestje. Hij noemt wat namen en vraagt ons vanavond te komen luisteren naar hun orkestje. “De laatste jaren treden de Augurken op in ons hotel,” zeggen wij. “Wat, Ogorki? Waarom wil je dan wat anders? Ogorki zijn de beste, als je ze al kunt krijgen.” Toch zitten wij s ’avonds weer in Bąkowo en luisteren naar hun kapela. Het is er gezellig druk, alle tafels zijn bezet en de band doet vreselijk zijn best, dat wel, maar de volgende dag neemt Tim contact op met de Augurken en die komen 27 februari voor ons spelen, want ze vinden die Hollanders zo leuk.

 

Bij het verlaten van het restaurant is Jan zijn wandelstok kwijt. Komt morgen wel, denkt hij. Als hij de volgende dag daar in de buurt is, wil hij even bij de kapstok kijken. “We gaan even gedag zeggen, we lopen wel even mee,” roepen Rob en Tim. En dan is er zo’n aardige serveerster, die Rob herkent van een bezoek in februari. Binnen de kortste keren zitten we weer op Duda z’n plek en worden we omringd met allerlei lekkers. Ze zijn ook zo makkelijk over te halen.

De markt in Nowy Targ is vorig jaar verplaatst. We zijn er in februari geweest met een bus vol. De meningen waren wat verdeeld. “Die ouwe ongeregelde bende vond ik veel leuker,” of “Gelukkig konden we nu naar een toilet.” Wat we toen gezien hebben is maar een fractie van wat er nu staat. In de winter is de markt natuurlijk wel kleiner. Heel veel Slowaken komen met hun handel over de bergen naar Nowy Targ (nieuwe markt). Zij prijzen hun waren aan in euro’s. Op elk gebied is er een groot aanbod. Kleding, kaas, gereedschap, wapens, groente en fruit, schapenvachten, schoenen, meubilair en lampenkappen. Veel, heel veel, straatje na straatje, heel veel van hetzelfde, maar toch heel leuk om te zien. En je loopt niet meer zo door de bagger. Ben je er nooit geweest? Op de donderdag rijdt onze bus er heen en kun je je verbazen over hoe een kudde schapenvachten asiel krijgt in Nederland.

 

Rob laat zich verleiden een bosje knoflook aan te schaffen. Vijf meter verder staat nog een man met knoflook, hij kijkt afkeurend naar het bosje van Rob. “Knoflook uit Spanje, is niet goed, ik heb echte Poolse knoflook, veel beter.” Nog twee mannen komen erbij staan en proberen duidelijk te maken dat Rob helemaal verkeerd heeft ingekocht. Ze hebben zakjes met losse teentjes, nog beter en vanmorgen geoogst. “Eigen knoflook eerst, buitenlandse niet goed.” Er hangt een onbestemd penetrante geur rond de mannen en we lopen verder. “Kijk nou eens, wie daar zit, onze vriend Slawek.” Slawek is op jonge leeftijd zijn benen en een arm onder een trein kwijtgeraakt en zit al jaar en dag ,in weer en wind, in zijn rolstoel op een drukke plek in de Krupówki. Een beker tussen zijn stompen en een kaart met de vermelding: Ik spaar voor mijn prothese. Slawek heeft inmiddels vijf kinderen, niet alles is geamputeerd en het gerucht gaat, dat hij thuis struikelt over de protheses.  De laatste weken echter konden wij hem  niet meer op de webcam ontdekken. Nu zit hij hier op de markt, hij is weggestuurd uit de winkelstraat. Zijn verdienmodel is niet meer van deze tijd. Hij moet plaatsmaken voor het zoveelste kaaskarretje.   Wij weten dat hij gisteren jarig was en Rob stopt het bosje knoflook in zijn beker. “Gefeliciteerd Slawek.” “Nee, nee, Spaanse knoflook, niet goed.” Lachend nemen we afscheid.

 

Jan heeft in het verleden weleens een broek meegenomen voor zijn kleindochter. Hij loopt de kraampjes langs, grijpt hier en daar in een stapel broekspijpen. De kwaliteit gaat wel achteruit vindt hij, overal zitten er scheuren en gaten in. “Is niet goed, is kaput,” zegt hij tegen de kraamhoudster. Is wel goed, jij oude man, jij niet begrijpen. Gaten moet, anders niet verkopen.” De volgende dag loopt hij in Zakopane de grootste kledingwinkel binnen. Reverse is gevestigd in een kapitaal pand met kleding voor groot en klein. Hij frummelt het papiertje met de opgegeven maat uit zijn portemonnee en gaat op zoek naar de kinderafdeling. Alles keurig op maat gerangschikt. Maar elke broek, die door zijn handen gaat is stuk, allemaal dezelfde gaten. Wat een armoe. Het is tegen sluitingstijd, hij heeft beloofd iets mee te nemen. Demonstratief legt hij de broek op de toonbank met zijn hand door het gat. Misschien krijgt hij wel korting, denkt hij. De verkoopster glimlacht. “Nice hole, very special.” Jan denkt aan al de kleding, die vroeger voor Polen ingezameld werd. “Alleen nette gedragen kleding, schoon en niet versleten, stond er op de zak.” Na jaren krijg je het weer terug. Hij betaalt. Thuis is zijn kleindochter tevreden en maakt er nog een gat bij.

Op de terugweg van Nowy Targ naar Zakopane, inspecteren we het skigebied in Białka. Een waterig zonnetje schijnt over de nu nog groene skihellingen. We ontdekken een nieuwe lift, die op het oog van niks naar nergens leidt. Dat moet onderzocht worden en Tim zoekt en rijdt net zo lang door het gebied, tot hij begrijpt waar het begin en het eind is en wat de mogelijkheden zijn.

Bij Karzma Widokowa, prachtig gelegen met een fabelachtig uitzicht op de Tatra, eten we wat. Tim eet lam, hij heeft op de markt een vacht aangeschaft en wil nu ook de rest van het beest. Rob houdt het bij een haring en Jan geniet van de lekkerste Zurek soep, die hij ooit heeft geproefd.

De weersverwachting voor deze week was slecht. Regen en wind. Tot nog toe valt alles mee. Vrijdag verandert het, s ’morgens is het nog droog als buurman met zijn bladblazer om 7 uur de hotelgasten wakker blaast. Het ontbijt vergoedt alles. We hebben ons programma bijna afgewerkt, we moeten nog even naar restaurant Pod Reglami voor wat aanpassingen bij het “paardjerijden” op de woensdagavond. We kunnen het lopend af, wel met een paraplu. Het regent de rest van de dag. Het hotel Tatra, waar de gasten van TahBoeSch, de reisorganisatie uit het noorden, deze winter verblijven, wordt nog door ons bezocht en dan is het eigenlijk wel klaar, de voorbereidingen zijn gedaan. Als we langer blijven, is de spanning eraf, want het weer wordt steeds slechter. We gaan naar huis. Nog even wat inkopen doen, een glaasje bij Seagram’s om barmanka Dorota gedag te zeggen en haar nogmaals te waarschuwen dat het eind februari heel erg druk bij haar gaat worden. Door de regen lopen we terug naar ons hotel. Hoewel, bij het passeren van Bąkowo Zohylina schuift Rob opeens rechts uit de flank, als door een magneet wordt hij naar de deur getrokken. “Alleen even gedag zeggen.” Alsof het afgesproken is, op het moment dat wij achter hem aan komen en onze paraplu inklappen, het water uit de ogen vegen, staat Rob al met zijn favoriete serveerster van gisteren op de dansvloer. “Ik kon er niets aan doen, ze viel vanzelf in mijn armen.” Alle tafels zijn bezet, de muziek speelt, maar wij krijgen zo maar een plaats. Bij de ingang, onder de trap naast twee landgenoten, die aan hun toetje willen beginnen. Rob en Juul Rutkowski hebben opeens een heel andere invulling van hun avond gekregen. Tim ziet de bui al hangen, hij moet morgen rijden en gaat naar bed. Rob uit Rotterdam heeft een Poolse vader en Juul is van Ambonese afkomst. Zij hebben vandaag in de bergen gewandeld en daar sneeuwde het al. Wij mogen hun foto’s gebruiken voor ons verslag. Het werd heel gezellig, want onze barmanka kwam als vanzelf weer aan met een klein flesje, een bord zoute augurken en brood met smalec (reuzel met varkensvlees en kruiden). Het was weer zo’n dag, waarbij de regen de enige zekerheid was en alles toch heel anders verloopt dan je denkt.

De regen en naderend noodweer is de reden om eerder naar huis te gaan. Zakopane weet dat we komen, ze zullen erop voorbereid zijn. De autoradio heeft het over regen en sneeuw in de bergen. Wij zien vooral een grijze deken van mist over het gebergte. Op het lange, drukke stuk eenbaansweg richting Krakau wordt druk gewerkt. Over een lengte van zeker 20 kilometer verrijzen er her en der grote bouwwerken. Tunnels, overspanningen dwars om en over dorpen, grote pilaren, die een weg gaan dragen. Tijdelijke betonfabrieken langs de weg en lange rijen betonwagens. Een weg ontwerpen en bouwen in de bergen vraagt veel kennis en vooral geld om het uit te voeren. Het wordt wel gedaan en het zal ook nog wel even duren voor wij er gebruik van kunnen maken en dan zijn we zo maar weer een half uur eerder op onze reisbestemming.

Vandaag rijden wij dwars door Polen naar de grens. Het is zaterdag en onze kant is filevrij. De andere kant treft het niet, ondanks de prima wegen is er veel fileleed. Tim en Rob houden van doorrijden, we hebben nog een missie. Twee jaar geleden wilden we een kerk bezoeken in Jawor.  We stonden toen voor een dichte deur, omdat er een brandweeroefening plaatsvond. Rob is er nog een keer geweest, weer de deur dicht. Tim had meer geluk, hij kon een bus vol toeristen voor een open deur uitladen.

De Vredeskerk in Jawor is een Unesco monument. Bij de vrede van Westfalen hebben de Lutheranen de kans gekregen drie kerken te bouwen. Die toestemming ging niet van harte. Er mocht alleen gebouwd worden met hout, leem, zand en stro, steen en plavuizen waren verboden.  Op een onaantrekkelijke plaats, één kanonschot buiten de stadsmuren. Het moest in één jaar klaar zijn.  Het is ze gelukt, men bouwde toen toch al alle huizen met die materialen. In 1654-1655 ontstond er in Jawor het grootste vakwerk gebouw van Europa. Er is ruimte voor maar liefst 6000 gelovigen, die dan wel voor het grootste deel de dienst staand moeten bijwonen. Het kerkmeubilair is bescheiden. Tegenwoordig kan de huidige kerkelijke gemeente wat ruimer zitten, de gemeente is geslonken tot slechts 40 gelovigen. De barokke inrichting is deels uitbundig, maar heel anders dan de overdaad, die veel katholieke kerken kenmerken. Vele ambachtslieden en kunstenaars hebben het gebouw aan de binnenkant en de vele galarijen gedecoreerd met heel veel schilderijen, die verhalen uit de bijbel uitbeelden. De buitenkant moest sober en ingetogen blijven. Later mocht er een klokkentoren toegevoegd worden. De vriendelijke mevrouw, die de bescheiden entree in ontvangst neemt, vraagt uit welk land wij komen. Dan wil zij wel een bandje starten in de juiste taal. Veel Nederlanders komen hier kennelijk niet, want zij noemt half taalkundig Europa op, maar wij zitten er niet bij. Toch schalt er opeens de Nederlandse taal door het  hoge gebouw en kunnen wij op gepaste wijze, buiten alle culinaire verlokkingen ook de culturele bijdrage van deze week invullen.

 

Net als vorig jaar hebben wij in Zary hotel Janków geboekt. Zary ligt strategisch dicht bij de grens en is heel aantrekkelijk in prijs. Het doet bij binnenkomst door zijn aparte indeling en trappetjes aan Fawlty Towers uit de gelijknamige tv serie denken. Er is ook een restaurant, maar wij willen graag terug naar de Italiaan, die ons vorig jaar op een nogal rommelige manier van pizza’s voorzag. Door het natte uitgestorven centrum van het stadje bereiken wij de zaak, waar op de deur een plakkaat hangt, met de mededeling, dat de zaak gesloten is. De chaotische aanblik van het interieur duidt op een overhaast vertrek. Even verder boven aan een trap hebben we nog een pizzeria gezien. Bij binnenkomst blijkt hier een kinderfeestje gevierd te worden. “Nee, meneer geen plaats.” Rob gooit zijn charmes in de strijd en zijn armen in de lucht: “Maar toch wel voor mij zeker.” Het offensief wordt afgeslagen en teleurgesteld druipen we de trap af. Om de hoek nog een restaurant, bevolkt door kortgerokt en hoog gehakt publiek en een bruidegom en bruid. Helaas, wij staan niet op de gastenlijst. “Ik eet wel in het hotel, ik ben er klaar mee,” roept Tim en even later zitten wij daar aan een tafel, met riant uitzicht op de bar en een bezetting die wat nerveus lijkt. Opeens is daar een fotografe, met in haar kielzog een feestelijk gezelschap. Een wat ouder echtpaar met familieleden van beide kanten. De vrouwen opgedirkt en moeilijk lopend op te hoge hakken, de jonge mannen, het hoofd opgeschoren en een knotje of een streep haar in de vorm van een ouderwetse schoenpoetsborstel. Rond het geheel, vlindert een engeltje in het wit en als laatste sjokt een hond aan ons voorbij. De feestzaal, waar iedereen in verdwijnt, is afgesloten met een gordijn. Wij aan de andere kant, zien niets, maar horen Italiaans praten en in het Pools stolat, stolat (lang zal ie leven) zingen. Boven ons bord tagliatelle bepalen we, dat er waarschijnlijk een 25 jarige bruiloft is, waar de man Italiaan is en de vrouw Pools. Om de gezelligheid te ontvluchten worden er heel veel rookpauzes genomen. Ondanks de regen wordt er buiten onder het afdak veel samengeschoold. Vooral de bruidegom loopt maar heen en weer. Hij draagt een lange zwarte jas met een opstaande kraag en een uitdrukkingsloos gezicht, type uitvaartbegeleider. Graaf Dracula is al snel zijn bijnaam. De bruid hebben we alleen nog gezien toen ze haar man meenam om af te rekenen. Eindelijk kwam er een lachje op zijn gezicht en je zag de verzuchting: “Gelukkig, dat hebben we gehad.” De hond had een topavond, hij werd nog nooit zoveel uitgelaten. De barjuffrouw geeft ons stiekem een knipoog, maar dat kan ook komen door al onze overgebleven Poolse muntjes, die we in de fooienpot deponeerden.

 

’s Nachts breekt een noodweer los boven delen van Polen en Duitsland. Bomen breken af, straten staan blank en volgens Tim is er ’s nachts ook nog een heel bos omgezaagd op de kamer. Jan en Rob weten van niets. Op het nachtkastje staat een stilleven van 4 appels en 2 sinaasappels, meegegeven door een bezorgde echtgenote. Op alle kamers bleef het intact om thuis gewoon weer netjes in de fruitschaal te verdwijnen.

De wintertijd is deze nacht ingegaan. Na het ontbijt nog snel even tanken. Onder het ondergelopen spoorviaduct drijft een auto. Takken liggen over de weg. De brandweer giert voorbij, een weg is afgesloten. Tijd om te vertrekken. De autoweg naar Olsyna, de grensovergang, is leeg. Al na een half uur zijn wij in Duitsland. De  heftige herfststorm rukt aan het stuur, dat bij Tim in veilige handen ligt. Door opspattend water, langs kilometers lange files, gelukkig aan de andere kant, plotseling invoegende voertuigen, die te laat in hun spiegel hebben gekeken, waardoor de snelheid weer gewoon van 180 naar 150 moet, brengt Tim ons in één ruk naar zijn thuisbasis in Anna Paulowna, waar we even na half drie arriveren. Isabel, uit Nowa Huta zei het al: “Tim, you are a good driver,”

 

Uw voorbereidingsgroep Tim, Rob en Jan

Altijd tot uw dienst

Keywords: Polen, Skireis, wintersport, lastminute, polentravel, zakopane, goedkope wintersport, polen, hoge tatra, zakopane, vakantie, ski, snowboard, skivakantie, accomodatie, skireis, Tahboesch, Bak Alkmaar, Bus Reis, sneeuwpendel, busvakantie, sneeuwfun, goedkope wintersport, bialka tatrzanska, szymoskowa, Bel-Ami, Bel Ami, Boruta, Hotel Patria, Booking.com, Sunweb, Bak Reizen, Jastrzebiaturnia, krupowki, Willa Orla, excursie, all-in, auschwitz, krakow, oost Europa, last minute, busreis, tatra gebergte, giewont, en nog meer keywords