Zakopane, verstopt tussen de bergen, gevonden met Polentravel.nl

Verslag zomerreis 2011.

Terwijl de wereld zich verbaast en vol ongeloof kennis neemt van de daden van de Noor Breivik, die zevenenzeventig jonge mensen op een vakantie eiland heeft vermoord, verzamelt zich een groep vakantiegangers in Oosterland, Drachten en Hoogkerk. Het leven gaat immers door en de opdracht van deze groep is niet eenvoudig;  ‘het waarnemen en bestuderen van de Spermophilus citellus ‘. Daarvoor dient er afgereisd te worden naar Polen, respectievelijk Slowakije, waar de habitat van deze grondeekhoorn zich bevindt. Dit gelig grijs diertje van 17 tot 23 centimeter, dat vaak rechtop staat, leeft alleen in een ondergronds hol met verschillende in- en uitgangen. Hun holen liggen dicht bij andere holen. Het dier is zeer alert, eet zaden en delen van planten, heeft grote wangzakken, maakt een fluitend geluid bij gevaar en legt voedselvoorraden aan. Hier dient zich al direct een vergelijk met de eerder genoemde vakantiegangers aan; ook zij hebben grote voorraden eten en drinken aangelegd en meegenomen om de lange busreis naar Zakopane in Polen door te komen. Zo zijn er nog wel meer overeenkomsten te bedenken tussen mens en dier, maar daar gaat het nu niet om.. Het is altijd even wennen als er zo veel mensen, die elkaar niet kennen, gezamenlijk op reis gaan. De reisleider, of was het nu zijn broer, wordt door Lenny niet direct herkend. Onne merkt Tim niet op als deze hem met ‘ Polentravel ‘ op de rug voorbij loopt. Gelukkig heeft de spelersbus van  BV Veendam een zogenaamde rondzit en tafeltjes en dat maakt het direct al veel makkelijker om met elkaar in gesprek te komen. Joop heeft een wel zeer slimme manier bedacht om met iedereen een praatje te maken; hij gaat met voedsel rond. Anderen hebben iets soortgelijks bedacht. Zij nodigen anderen uit om bij hen te komen zitten en samen iets te nuttigen. Ook dit werkt prima.

Alleen Ype doet er wat langer over, want als Marian om een half bakkie koffie vraagt, krijgt zij eerst een in de lengte doorgesneden bekertje  zonder koffie en daarna in de breedte doorgesneden bekertje met half roerijzer en een wel heel kleine hoeveelheid koffie. Hierna herstelt Ype zich echter voortreffelijk. Om in de stemming te komen, kijken we in de loop van de avond naar ’De Poolse bruid’. Het blijkt achteraf de enige dvd te zijn die afspeelbaar is. Niemand die daar echter om treurt. Ter hoogte van Wroclaw gunnen we Tonnes even rust. Tim deelt Pools geld uit om iedereen in de gelegenheid te stellen een kopje koffie te kopen en daarna spoeden we ons verder richting eindbestemming. Even voorbij Krakow ontbijten we nog in karczma Bida, waar iedereen een goede eerste indruk krijgt van de bouwstijl en inrichting die kenmerkend is voor deze regio. Anja en Gustaaf lusten wel een roereitje en dat wordt op onnavolgbare wijze in woord en gebaar aan de serveerster duidelijk gemaakt; tok, tok. Het laatste deel tweebaansweg naar- en van Zakopane is geheel gevuld met auto’s, die heel langzaam rijden. Uiteindelijk bereiken we onze bestemming, waar Willa Orla ons verwacht. We zijn welkom. Tonnes en Rob zoeken en vinden een plekje voor de bus. Het treft. Tegenover U Wnuka, het oudste restaurant van Zakopane, mogen we parkeren. De vraag is wel of we er ook met de groep komen eten. Nou nee, we eten met z’n allen in Willa Orla. Later misschien. Na een eenvoudig doch voedzaam maal (om in de termen van Toonder te blijven) neemt Marian; Dieneke, Ype, Ciska en Jacqueline mee naar het centrum op te pinnen. Aansluitend inspecteren ze restaurant Sabala om zich vervolgens in Sopa te vervoegen, waar het grootste deel van de anderen al wacht. Sopa is befaamd om de shasliks, maar een potje bier smaakt er ook best. We maken het niet te laat. Per slot van rekening hebben we er een hele reis opzitten. Terug in Willa Orla belt de aardige mevrouw van U Wnuka; de bus moet weg. Over vijftien minuten gaat er een ketting voor de uitgang. Tonnes in gestrekte draf er op af. Helaas, te laat. De volgende ochtend hangt de ketting er nog. Een hamer brengt uitkomst. Plankje los, ketting weg, bus er uit, ketting weer terug en plankje weer vast. Alsof er niets gebeurd is.

 

De hele reis hebben we erg standvastig weer; regen. Zo ook op de dinsdag, als we de omgeving van Zakopane gaan verkennen. Langs een bergweg die prachtige vergezichten biedt, maar nu regenwolken, bereiken we ter hoogte van Bukowina een schronica, dit is een soort jeugdherberg, waar we een bebrilde beer ontwaren, die er wat mottig uitziet. W e gaan er toch maar mee op de foto. Vijf aardige mensen bemoeien zich met het maken van de koffie, maar het duurt even zo goed tergend lang, voordat we een kop koffie hebben. Gelukkig staan er in de bocht vlak bij de schronica enkele souvenirkraampjes opgesteld, waar we tijdens het wachten even kunnen kijken. Marian koopt er een hondje (made in China) en meent er ook een leuk aapje te zien. Blijkt ook een hond te zijn. Een Poolse meneer trekt de aandacht. Hij breit met vier satéstokjes sokken. Daar moet je in Nederland eens om komen. We ontmoeten er ook nog een groep Belgische scouts, die al een week lang van hetzelfde standvastige weer genieten. Wij zien hen later nog terug. Wij vervolgen onze weg en bezoeken in de regen het kasteel van Niedzica. Je loopt er grotendeels binnen, maar het uitzicht buiten vanaf de toren, is toch wat waterig. Enkelen drinken nog iets onder een parasol en dan klaart het gelukkig wat op. Als we naar de bus lopen, is het droog. Er klinkt verderop rumoer en boven op de stuwdam zien we Anja en Gustaaf en Ton en Wilma dansen op de klanken van Peruaanse muziek in de nabijheid van een Poolse biertent. Als dat niet leuk is… We ontworstelen ons aan alle gezelligheid en rijden richting Debno, waar een alleraardigst houten kerkje staat met polychrome beschilderingen. Het is er druk. De pastoor is al die rondleidingen waarschijnlijk zat, want er speelt nu een cd’tje, waarop in het Pools uitleg over het kerkje wordt gegeven. Een aardig meisje wijst af en toe iets aan. Gelukkig is er ook een cd’tje in het Engels, zodat we toch nog wat wijzer worden over de ontstaansgeschiedenis van dit kerkje. We offeren nog wat voor het behoud van al dit fraais en gaan weer op Zakopane aan. Onderweg vallen de ooievaars op. Op hun nesten of voedsel zoekend in de wei, zijn ze in groten getale aanwezig. ’s Avonds heeft Yvonne wat last van haar nek. En dan blijkt de meerwaarde van een groep. Lenny kan biodynamisch masseren, doet dat ook en maakt Yvonne weer helemaal blij. Gemasseerd worden, blijkt een wens van velen. Dat kan gelukkig bij de Poolse Renate, die haar eigen praktijk heeft. Yvonne, Lenny, Jacqueline en Ciska, gaan er gedurende ons verblijf verscheidene keren met de taxi heen en verschijnen dan weer heerlijk soepel en geurend in ons midden. En je krijgt nog een cadeautje ook!

 

In Willa Orla verblijft ook een Duitse familie. Ze willen wel met ons mee naar Wielicka en omdat ze zo aardig zijn, mag dat. Mooi op tijd arriveren we bij de zoutmijnen. Het is er razend druk. Lange rijen wachtende mensen, die allemaal ondergronds willen bij dit buiige weer. Om de groep niet te ontmoedigen, brengt Rob iedereen eerst maar even naar een karczma om daar iets te nuttigen. Zelf keert hij daarna terug naar de kassa’s, waar de kaarten verbazend snel aangekocht kunnen worden. Alleen individuele bezoekers blijken lang te moeten wachten. Groepen hebben voorrang. Gelukkig maar, want om twaalf uur mogen we al naar binnen. Jan en Yvonne gaan niet mee, omdat ze al vaker de mijn hebben bezocht. Het is hun negenendertigste trouwdag en ze besluiten het stadje in te gaan en de tijd aan elkaar te besteden. Quality-time. Het wordt zelfs nog haasten om op tijd bij de hoofdingang te zijn. Eigenlijk helemaal niet nodig, want de gids wacht binnen en wij buiten en dan vind je elkaar niet. Tijdens het wachten zien we Belgische meidenscouts ook weer terug. Ook zij willen een tijdje droog lopen. Hun Poolse gids is zeer verguld met het feit dat hij zo veel vrouwelijk schoons mag rond leiden. Zo wordt het toch nog half een. Maar dan mogen we naar binnen. Na ruim drieeneenhalf uur komen we er weer uit, na ons vergaapt te hebben aan allerlei moois en bijzonders. Vooral de Kingakapel maakt indruk. Maar ook hier dringt zich de vergelijking met de grondeekhoorn weer op. Grondeekhoorns fluiten als ze een beetje bang zijn. Of Onne zo diep onder het aardoppervlak ook wat angstig is, of alleen maar de akoestiek wil uitproberen, weet ik niet, maar hij zingt opeens een aria. Het klonk bijzonder goed, heb ik begrepen. Al met al een indrukwekkende ervaring. Bij terugkomst blijkt het in Zakopane bijzonder aardig weer. Zwoel zelfs. Zo zwoel, dat iedereen zich in de loop van de avond op het terras verzamelt. Iedereen neemt wat mee; een hapje, een drankje, een paddenstoeltje.. Paddenstoeltjes? Ja, paddenstoeltjes. Ze smaken zo goed bij een wijntje of een biertje. Die paddenstoeltjes worden in de loop van de week zo gewild, dat er op de dag van vertrek in de wijde omgeving geen potje meer te verkrijgen is. Zo sluiten we een mooie dag waardig af. Over de bloemetjesonderbroek gaan we het niet hebben. Geen details.

 

Wat doe je als je niet van de markt houdt? Juist, dan ga je wandelen en liefst een heel eind. Maar dat het zo’n eind wordt, daar houdt zelfs Onne geen rekening mee. In zijn eentje bestijgt hij de Gubalowka, wandelt over de kam naar het andere eind en daalt af en stijgt weer richting Zab. Daar aangekomen, wordt hij toch wel een beetje ongerust. Waarheen nu? Gelukkig gaat hij de goede kant op en belandt in Poronin. Dan weet hij het weer, maar het is nog wel een heel eind lopen voordat hij weer in het pension is. Na zes uur doorstappen, kan hij eindelijk met de benen omhoog en verlangt hij, net als de dames, naar een flinke kuitenmassage. Het komt er deze vakantie niet meer van. Andere zaken zijn dan weer van meer belang. Ook Wilma en Ton trekken de wandelschoenen aan. Met een kaart in de hand trekken ze de Tatra in. Dan ben je goed voorbereid en verdwaal je ook niet. Bovendien staat alles keurig aangegeven. Makkelijk is het niet. Door alle regen is het nat en glibberig. Alles is zo geel bemodderd, dat zelfs het profiel onder de wandelschoenen geen soelaas meer biedt. Maar de omgeving is prachtig. Marian en Rob beklimmen de Nosal. Het is er ook modderig en bovendien steil, maar het uitzicht over Zakopane vergoedt veel. Dan blijkt over welk eigenaardig klimaat Zakopane beschikt. In de bergen is het zonnig en warm, maar in Zakopane regent het. De marktgangers verwonderen zich ondertussen over het gevarieerde aanbod op de markt van Nowy Targ. Diny en Jacqueline gaan in volle galop op de markt af om maar niets te hoeven missen. Jan bezwijkt voor een oud vrouwtje dat hem een kettingzaag aanbiedt. Een buitenkansje! Na stevig onderhandelen, worden ze het eens over de prijs van een echte Steel. Als Jan innig tevreden zijn kettingzaag in de bus legt, staat er opeens een tweede oud vrouwtje met een identieke zaag achter hem…Lenny krijgt een wel heel mooie bontjas in het oog. Hij staat haar prachtig, maar de maat is niet helemaal je van dat en er wil maar niets van de prijs af. Dan maar in de slag over de paddenstoelen. Net als dit lijkt te gaan lukken, merkt er iemand op dat ze stinken. Welk een leed. Ook deze aankoop gaat niet door. Iedereen doet erg zijn best om op tijd bij de bus terug te zijn. Dit lukt. Terug in Zakopane neemt Jan de marktgroep met de lift mee naar boven naar de Gubalowka om daar nog even rond te kijken. Men besluit de terugweg te voet af te leggen, maar ook hier is het glibberig en Dieneke daalt een gedeelte van de berg op haar achterwerk af. Na de maaltijd vertrekken Jacqueline en Yvonne voor een massage naar Pod Giewontem. Zij krijgen morele steun van enkele van ons, die zich aan de bar posteren en direct onthaald worden op worst en gebak. Als dit geen Poolse gastvrijheid is.. Zo zitten we een tijdje mooi aan, totdat Marieke tegen Tim zegt; “zo nu eerst een kamikaze”. Zij verdwijnen naar nachtclub Morski Oko. De vrouwen besluiten terug te gaan naar Orla, maar de mannen blijven nog even hangen. Niet veel later gaan ook zij, via de Zakret bar en Sopa (beiden gesloten) op huis aan. Gelukkig zitten de dames er nog. We proberen tijdens de nazit rekening te houden met de overige slapende gasten. Veel zin heeft dit niet, omdat de buren in een belendend pension, toch wel erg veel lawaai maken. Daar kunnen we niet tegen op en we leggen ons ter ruste. Die nacht verschijnt er een mysterieuze stoel voor de deur van Jan en Yvonne en Marieke en Tim. Men struikelt er verschillende keren over, maar hij wil niet meer weg. Het is die avond bepaald fris, want Onne slaapt met een schoen aan.

 

Na een wederom weergaloos ontbijt vertrekken we op vrijdag naar het droge en zonnige Krakow, het Florence van het noorden. Met dit ‘Florence’ wordt verwezen naar de vele Italiaanse bouwmeesters, die hun sporen in de stad hebben achtergelaten. We beginnen in Jama Michalika, het Jugendstil en kunstenaarscafé met een prachtige inrichting, dat door de jaren heen gekoesterd is en vele stormen heeft doorstaan. Daarnaast is de bediening lieftallig en de koffie met gebak prima. Dan splitst de groep zich op. Een groepje gaat per elektrisch karretje de stad verkennen, de rest wordt door Krakowspecialist Jan op sleeptouw genomen. Dit betekent hard werken, want er is veel te zien; de Barbacane, de schilderijenmuur, de Mariakerk, de Sukiennice, de koningsroute, het Wawelpaleis, de kathedraal en dan ook nog de toren in. Een dit alles terwijl we toch echt vakantie hebben. Het is hard werken, zeker voor Meindert die een stok hanteert. Maar hij geeft niet op en blijft stug gaan. De groep in het elektrische karretje heeft het een stuk makkelijker. Met een soort Kubica achter het stuur en een Nederlandstalig cd’tje op, bekijken we in ruim twee uur de highlights van de oude stad en de Joodse wijk en bezoeken we ook nog de fabriek van Schindler. Het gaat wel erg snel. Sommige bejaarden weten nog maar net voor het karretje weg te springen, maar je krijgt wel een aardige indruk van Krakow. Goed vasthouden, want voor je het weet, rol je er bij een scherpe bocht uit als je in slaap bent gevallen. Daarna heb je nog genoeg tijd voor een terrasje en een bezoek aan de Mariakerk. Kijk, dat is vakantie vieren.

 

Bijna precies op tijd vertrekken we weer richting Zakopane. Pleegzuster Marieke ontfermt zich liefdevol over Tim, die toch wel erg brak is na alle worsten en kamikazes van de vorige avond. Met blikjes koud bier op het voorhoofd en in de nek lukt het om alles er in te houden. Maar het lukt ons niet om op tijd aan de warme maaltijd te verschijnen. Net als op de heenweg, is er ook nu weer een ongeluk gebeurd. We bezitten onze ziel in lijdzaamheid en geraken uiteindelijk toch weer thuis. ’s Avonds krijgen we nog bezoek van Thea en Jan, die in Poronin logeren. Thea is al zeventien keer mee geweest met de winterreis, maar krijgt alleen in de zomer haar man mee. Ze besluiten met ons mee te gaan naar het Rovershol. Dit klinkt dreigend, maar voor de meesten is het een mislukking. We worden boven geparkeerd, waar we niets van de gebeurtenissen beneden kunnen zien. Bovendien is het benauwd warm. Een vrouw met een hakbijl, kletterende dienbladen en een ondeugende dienster die in kuiten knijpt, zijn niet voldoende om er een feestelijke avond van te maken. Het grootste deel van ons besluit op Sopa aan te gaan en geniet daar nog van een gezellige avond. In het Rovershol bemerken ze de leegloop en sturen ze gauw de muziek naar boven, maar voor vijf man spelen heeft ook niet zo veel zin. Ze gaan weer naar beneden en wij ook, omdat er ruimte is ontstaan. En dan is het opeens, zoals het moet zijn; uitbundig gezellig. Er wordt gedanst (en goed!) en er wordt gezongen. Dan opeens staat Onne voor het orkest en zingt het Onze Vader op zijn Russisch en verder nog iets wat ik in alle consternatie vergeten ben, maar wat volgens Jan als 'De klok van Arnemuiden' klonk. Alom waardering en bewondering van Poolse kant. Als dank wil de vrouw met de hakbijl Onne van zijn onderbroek ontdoen. Rare vrouwen die Polen, want als dit niet lukt, smeert ze Onnes gezicht vol roet. Zaterdagmorgen om zes uur hoort Jacqueline Onne nog in zijn slaap zingen.

 

Zij hoort echter ook de regen vallen en als we ’s morgens allemaal beneden zijn, besluiten we naar Slowakije af te reizen. Vlotvaren en regen tegelijkertijd is wat te vee l van het goede. Bovendien heeft Poprad volgens meteoconsult maar 20% kans op regen. Het mag niet zo zijn; ook in Slowakije druilt het. We bezoeken eerst Levoca, een mooi vestingstadje waar driftig gerestaureerd wordt en waar een kerk staat met het hoogste altaar van Europa. Na een rondleiding van een half uur, drinkt een ieder nog even een kopje koffie of wandelt nog wat rond en dan vervolgen we onze weg. We bereiken het doel van onze reis. Het kasteel (= hrad) van Spissky. Hier zullen we proberen de Spermophilus Citellus te spotten. Eigenlijk is het kinderlijk eenvoudig. De krengen dartelen overal in het rond en maken helemaal niet de indruk tot een zeldzame diersoort te horen. De enige keer dat ze in beweging komen, is als er een valkje dreigend over scheert. Ze zitten dan in een vloek en een zucht verstopt in hun hol. Eigenlijk handelen wij net zo als het hard begint te regenen. Enkele dames van de groep stellen nog voor om iets aan de Latijnse naam te doen, maar zien er maar vanaf, omdat dit weer zo’n gedoe geeft. In het kasteel is van alles te doen. Bezoekers mogen meedoen aan een soort toneelstukje, dat in de museumzaal annex martelkamer wordt opgevoerd. Zo mag je een vrijwilliger geselen, of mag je je laten onthoofden. Een enkeling neemt zijn taak ietwat te serieus en mept duidelijk te hard. De striemen worden met de mantel der liefde bedekt. Bep en Ciska voeren hun studieopdracht zeer nauwkeurig uit en bekijken echt alles wat er te bekijken valt. Anderen zijn eerder klaar en plukken bloemen of eten en drinken een kleinigheidje in het restaurantje. De teugreis duurt iets langer dan heen. We maken een omweggetje om enkele Roma nederzettingen te bekijken. Iedereen is een onthutst door de omstandigheden waarin de Roma moeten leven. Ze leven in bouwvallen gemaakt van hout, plastic, karton en golfplaten. Zeker na alle regen is het bovendien een grote modderpoel, waar iedereen doorheen baggert. De Roma lijken er niet mee te zitten. Ze zwaaien vriendelijk naar ons. Maar ook dit is Europa. ´s Avonds,tijdens de koffie, wordt de dag nog even doorgenomen. Sommigen gaan nog even aan de wandel. Gustaaf schaft zich nog een petje aan en ook Bep strekt de benen nog even. We zingen Tim nog even toe, omdat hij jarig is. Hij verdwijnt later met Marieke naar Morski Oko om dit te vieren. Wij verdwijnen een voor een naar bed, want het is hard werken tijdens zo´n vakantie. Je zou er moe van worden.

 

Zondag is echter een vrije dag. Tonnes mag een dagje niet sturen. Naar goed gebruik regent het lichtjes .Je zou dan denken dat iedereen heel lang uitslaapt. Niets van dat alles. Iedereen gaat toch op pad, hoewel Ciska snel weer terug is vanwege de nattigheid. Echt niet leuk. De anderen verdwijnen alle kanten op. Ton en Wilma trekken de bergen weer in, Jan en Yvonne, Gustaaf en Anja trekken richting markt en vergelijken de prijzen van de maiskolven . Joop en Ineke, Meindert en Willie en Ype en Dieneke maken het centrum onveilig. Bep pakt het grootser aan en wandelt naar de skischans om dan via Pod Reglami weer in het pension terug te keren. Onne, Jacqueline en Diny zijn dan al vertrokken. Je kunt ook niet iedereen in het oog houden. Lenny is eigenlijk de enige die het begrip rustdag de goede invulling geeft;  shaggie en kopje koffie. Rob en Marian doen alvast wat voorwerk voor de wintersportreis in februari en horen dat Jastrzebianka stuurloos ronddobbert. Geen preses en geen kirovnik meer. Ze bezoeken daarna nog wat Poolse vrienden, waar ze een fles hele sterke Wisniowka aan overhouden. ´s Avonds na het eten zitten we opeens midden in de spelletjes. Allemaal Mariekes schuld. Zij begint met; ' We zitten op een eiland en iets is er niet. Wat is iets?' Later komt er ook nog iets gekruist en parallel voorbij en wordt het begrip 'glamp' geintroduceerd. Jan is nog helemaal vol van zijn nieuw aangeschafte kettingzaag. Het liefst zou hij er mee aan de slag gaan. We besluiten voor hem een boom op te zetten met de stelling; 'Is de seksuele geaardheid van politici van invloed op hun besluiten'. Een prikkelende stelling zou je denken, maar Jan kan het al ras niet meer volgen en haakt af; 'Ik ben glamp'. Van zagen komt niets meer. Het wordt wel laat. Dat heb je met een rustdag. De energie moet er uit.

 

Op maandag gaan we naar Oswiecim oftewel Auschwitz.. Ton en Wilma zijn er al eens geweest en besluiten via de Pod Reglami de bergen in te trekken. De anderen durven de reis van 129 kilometer wel aan. Twee uur en vijfenveertig minuten later zijn we er.  In Auschwitz is het droog. Het kan dus wel. Er staat ons een zware dag te wachten. We besluiten individueel Auschwitz I te bezoeken, maar dat gaat dus niet lukken. Door de grote drukte mogen alleen groepen met een gids het kamp bezoeken. Dat besluiten we dan maar te doen. Dan volgt een rondleiding, die bij een ieder sporen nalaat.  Geraakt, geroerd, onthutst. Welke woorden komen er nog meer bij in de buurt. Sommigen laten de gids even de gids en wachten liever even buiten. Anderen willen alles zien. Ieder ondergaat het op zijn of haar manier. We zien nog dat een Roma delegatie bloemen bij de executiemuur legt ter nagedachtenis aan alle vermoorde Roma. Na Auschwitz I doen we nog de lange rondleiding door Auschwitz Birkenau. Ook zeer indrukwekkend. Over dit soort excursies weet ik eigenlijk nooit zo goed iets te schrijven. Niet te veel . Te persoonlijk, denk ik. Net als ieder jaar, komen we ook dit jaar te laat terug bij de bus en als gevolg daarvan ook weer te laat in Willa Orla. Daar hebben ze er wel begrip voor. Na het eten worden er nog wat boodschappen gedaan voor de avondsessie. De wangzakken moeten wel gevuld blijven. Diny, Jacqueline, Wilma en Ciska schuiven aan voor een spelletje kaart met het mes op tafel en Tim ontvangt een Zakopaner onderbroek als verlaat verjaardagscadeau. De rest neemt de dag door. Niet te lang, want het was een lange dag vol emoties. Nog steeds standvastig weer bij het naar bed gaan.

 

En dan wonder boven wonder ;  het is zonnig en droog op deze dinsdag. En we gaan nog wel vlotvaren op de Dunajec!  Pas dan zien we eigenlijk voor de eerste keer hoe mooi en vriendelijk de omgeving van Zakopane oogt en welke prachtige landschappen we doorkruisen. En alsof het al niet genoeg is, hoeven we ook nog eens nauwelijks te wachten tijdens de aankoop van de kaartjes. We zijn zo aan de beurt. Iedereen geniet van de prachtige tocht over de Dunajec door het Pieniny Park. De tocht verloopt sneller dan normaal, omdat de Dunajec door de regenval sneller stroomt. We krijgen door het onstuimige water ook wat meer water binnen. Bep spoort de gondeliers dan ook aan om te gaan hozen; Aan het werk, man. Er gaan in het heetst van de strijd twee vaarbomen verloren. De gondeliers vloeken er over. Het is maar goed dat wij het niet verstaan. Een klein hoosbuitje probeert nog roet in het eten te gooien, maar niets kan ons nog deren. Gaan we nu links of rechts Willie? Het blijft leuk, net als die witte stip, de kardinaalsmutsen , het Rode Klooster, de adelaar op de rotsen, die zwarte ooievaar en  Onne die De klok.. zingt. De tocht had nog wel een uurtje mogen duren (duurt het gewoonlijk ook) In Szczawnicza stappen we ongedeerd aan wal, kopen er een foto van onszelf en strijken dan neer op een terras met mooi uitzicht op de Dunajec. Dan brengen twee busjes ons terug naar het beginpunt, waar onze eigen bus staat. Beide chauffeurs ogen niet echt vertrouwenwekkend. De ene heeft een enorme drankneus. De ander slaat een kruisje voordat hij gaat rijden. Tja. We komen wel veilig aan. We zijn redelijk vroeg terug in het pension waar Lenny prompt, buiten liggend op het bankje, in slaap valt.

 De boottocht wordt nog even nabesproken, maar er ontstaat een spraakverwarring met botox, wat er dan weer toe leidt, dat we een boottocht zonder emoties hebben meegemaakt. Heel verwarrend allemaal. Die avond schrikken we enorm tijdens de maaltijd; vlees in de soep! Het kan niet op. Welk een traktatie. De dames gaan voor de laatste keer naar massage Renate. Lenny krijgt zelfs een voetenpeeling terwijl Dingetje en Dingetje aan de bar op haar wachten. Yvonne vertelt over haar vroegere vriendjes uit haar jeugd, waarvan er eentje al heel jong vader werd van een tweeling. Hierop informeert Ype of hij er soms carbon tussen had. Verder is Yvonne haar linkeroor kleiner dan de grote??? Dit is zoiets als; Vraag; Hoe groot is een krokodil ? Antwoord; Des te langer zwemt-ie. Dan komt er deze dag ook nog een glamp typetje voorbij en ontdekt Jacqueline een miss Etam in de groep. Jullie zien wel dat we de laatste avond waardig hebben afgesloten. Ik kon het allemaal niet meer bijhouden. Het ging te snel.

 

En dan is het alweer de laatste dag. Op een of andere manier verloopt deze altijd met horten en stoten. Een drietal kamers moet al om elf uur ontruimd zijn, de andere om drie uur. Slechts twee kamers staan ons de rest van de dag ter beschikking om te douchen en te toiletteren. Het is niet anders. Willa Orla stroomt weer vol met andere gasten. Wat te doen op zo´n laatste dag. De laatste inkopen doen natuurlijk. Nog even de stad in, de markt langs of laatste wandelingetje maken. Ciska besluit de week waardig af te sluiten. Ze wil met de gondel omhoog naar de Kasprowy Wierch. Zo ´s morgens vroeg staat er echter al een urenlange wachtrij. Daarom besluit ze maar omhoog te lopen naar de Giewont, waar ze om een uur naar ons staat te zwaaien. Jammer genoeg is dit te hoog en te ver weg om haar te zien. Dan daalt ze weer af om even na zessen in het pension te arriveren. Precies op tijd voor de forel en met nog net genoeg tijd over voor een verfrissende douche. We doneren allemaal iets voor het personeel en dan is het gedaan. Keurig op tijd zit iedereen in de bus voor de terugreis. Manmoedig proberen we nog even de sfeer er in te houden door onze laatste voorraden aan te spreken. Het lukt niet echt. Een voor een vallen we in slaap. Zelfs de dvd heeft er geen zin meer in. De houdingen waarin er geslapen wordt, zijn opmerkelijk te noemen. De plaatsen waar men ligt cq hangt, zijn dat ook. Lenny ligt bijvoorbeeld languit in het gangpad. Koffie halen voor de chauffeur wordt dan wel erg lastig. We worden even wakker aan de grens, waar Tonnes afgelost wordt door een collega en zwaaien hem gedag. Een beste koetsier, dat mag gezegd. We ontwaken weer in Allertal waar we een ontbijtje nuttigen. Altijd weer schrikken van die europrijzen. De laatste vierhonderd kilometer verlopen voorspoedig. In Hoogkerk nemen we afscheid van Marieke, Dieneke en Ype, die thuis gekomen direct zijn garage kan leeghozen. In Drachten zwaaien we Joop, Ineke, Willie, Meindert, Anja en Gustaaf uit. De hoeveelheid bagage die meegesjouwd wordt is beduidend toegenomen. Bij de Vliegende Wielen verlaat Lenny de bus, de anderen stappen bij de Zingende Wielen uit. Nog een rondje door de bus om te zien of er niets vergeten is, een laatste zoen en een laatste zwaai en dan zit het er op.

Zo terugkijkend, kun je vaststellen dat onze studie van de spermophilus citellus veel heeft opgeleverd. Wij zijn ook uit ons hol gekomen en hebben gezamenlijk onze voedsel- en drinkvoorraden gedeeld. We hebben gedanst, gezongen, en veel gelachen. We hebben van de Poolse gastvrijheid genoten en we hebben gezien hoe mooi Polen is. We hebben ons opengesteld voor de ander en er zo voor gezorgd dat het een mooie vakantie werd. Waar zo'n grondeekhoorn niet goed voor is. Dank!