Zakopane, verstopt tussen de bergen, gevonden met Polentravel.nl

25 Jaar geleden waren we nog jong en hadden we beiden nog haar. Nu klopt dit voor een van ons niet meer helemaal. Het Oostblok dreigde met kernraketten en had zich door middel van een ijzeren gordijn van West Europa afgesloten. Tsjernobyl ontplofte, de Stasi schoot onbekommerd vluchtelingen neer en de generaals in Polen drukten meedogenloos alle verzet de kop in. Solidariteit werd opgericht en moest direct ondergronds. Hun aalmoezenier, de priester Popieluszko, werd vermoord. De kerken fungeerden vanaf dat moment als plek waar ervaringen uitgewisseld werden en plannen gesmeed. Een moeilijke tijd met tekort aan alles. Alles op de bon. Toch waren er wel wat contacten met bewoners uit die donkere landen; culturele uitwisselingen bijvoorbeeld. Maar ook zogenaamde studenten die met moeite een visum wisten te bemachtigen. In plaats van te studeren, deden ze hier een soort slavenarbeid in de bloembollen en waren bij terugkeer in Polen stinkend rijk. Met een van hen maakten we kennis en hij nodigde ons uit om in Polen te komen skiën.

25 Jaar geleden waren we nog jong en nergens bang voor. We gingen. Na veel geregel maakten we onze eerste reis in de tijd. Minstens 40 jaar gingen we terug. We zagen een verpauperd Polen met een infrastructuur van niets. Een land met stoomlocomotieven en kleine Polski Fiats, met woonblokken waar te veel mensen gezamenlijk in moesten wonen. Wegen die weg waren en alleen gaten overlieten. Een land waar alles even grauw, grijs en vies was, bewoond door mensen, die niets liever wilden dan bij het Westen horen. Toen we de Tatra zagen, waren we echter verkocht. Bukowina vonden we al prachtig, maar toen we op een van onze strooptochten op zoek naar haring, in Zakopane belandden, waren we helemaal om. Ondanks de alom aanwezige geur van bruinkool, ondanks het beroete uiterlijk van de gebouwen en het sjofele voorkomen van de mensen, wisten we meteen; dit is het! De Butorowy Wierch, de Gubalowka, Kotelnica, Nosal, Kasprowy Wierch. Het was er allemaal al. Wel met eenvoudige sleepliftjes, maar toch. We amuseerden ons kostelijk. Vooral ook, omdat alles er zo lekker goedkoop was. Daar zijn we dan ook Hollander voor. In 1989 viel de muur. Het Oosten wendde zich tot het Westen en omgekeerd. De Westerlingen kwamen; dit wilden ze wel eens zien. Wij kwamen ook weer in 1992, maar nu met een grote groep in twee bussen. De eerste groepsreis. Heel veel Wieringers en Westfriezen, maar ook Groningers en Drenten. Zij durfden het wel aan om onder primitieve omstandigheden een week in Zakopane te verblijven. Het werd het begin van een soort traditie; lekker skiën, interessante dingen bekijken en veel lol.
En nu 20 jaar later, hebben we zojuist de twintigste editie afgesloten. Het is allemaal weer heel herkenbaar geweest, net als 20 jaar geleden. Zakopane is nog steeds een plaats waar je erg op moet passen als het glad is. Na een voorspoedige reis haast iedereen zich zaterdag, na aankomst, naar de stad, de piste of de skiverhuur. Er doen zich die dag MASH-achtige toestanden voor. Ruim 150 mensen moeten zich die dag laten behandelen aan botbreuken. Heel Zakopane is door de invallende vorst spiegelglad. Bij ons is Ivana het slachtoffer. Ze glijdt uit, landt met een doffe dreun op haar hoofd en rug, raakt buiten kennis en wordt afgevoerd naar het ziekenhuis. Na onderzoek en 5 uur wachten, mag ze dit etablissement gelukkig weer verlaten. Heel rustig aan doen, voorzichtig lopen en zwemmen om de gekneusde spieren weer soepel te maken. Ook Ina glijdt een paar dagen later, tijdens het wandelen, vervelend uit. Met een stevige pijnstiller weet zij de laatste dagen, heel voorzichtig lopend, door te komen. Op de pistes is het uitkijken. Een ongelukje is zo gebeurd. Als je voor het eerst op de lange latten staat, gaan de ski’s zo met je aan de loop. Onder het vangnet door, met een zere kin en kaak als resultaat. Maar het kan erger. Elisa valt achterover met haar snowboard en breekt haar pols. Een klassieke snowboard blessure. Het ziet er lelijk uit. Maar als de dienstdoende arts het vocht uit de zwelling zuigt, valt het gelukkig mee. Gips erom en Elisa kan de rest van de week weer mee doen. Shannon kan er echt niets aan doen. Ze wordt vanachter aangeskied, gelanceerd en landt op haar hoofd. Geen helm, ondanks eerdere discussies met opa Han. Nu mag ze per helikopter naar Zakopane, waar een hersenschudding wordt geconstateerd. Mooie vlucht over een prachtig landschap. Ze heeft er niets van gezien. Onderzoek, foto’s en lang wachten. Liggen in een donkere kamer en veel rust is het advies. Dit geldt noodgedwongen nu ook voor opa Han. Nico kneust diezelfde dag lelijk zijn duim. Hij vreest voor een breuk, maar als hij van alle ziekenhuisperikelen hoort, lijkt een stevig verband hem wel voldoende. Omdat Kim haar oma overlijdt, moeten zij en Martin versneld terug. Er ligt gelukkig een noodplan klaar, omdat meer gezinnen met ziek en zeer in de familie te maken hebben. Met taxibus en vliegtuig zijn ze binnen een halve dag weer terug in Nederland. Dit is alle tragiek van de afgelopen week. Het gebeurde allemaal tijdens de eerste drie dagen en deed het ergste vermoeden. Gelukkig bleef het hierbij.
Natuurlijk kent onze reis ook een culturele variant in de vorm van excursies. Ongeveer 50 belangstellenden melden zich maandagochtend vroeg om mee te gaan naar Oswiecim, beter bekend als Auschwitz. Altijd weer bewonderenswaardig dat zo veel mensen een leuke vakantiedag een totaal andere invulling willen geven. Na het zien van een inleidende, onthutsende film, vertellen twee gidsen ons van alles over Auschwitz. Ze schetsen ons een beeld van alle gruwelen, die zich in dit kamp hebben afgespeeld. We bezoeken de verschillende barakken waar thematisch het verblijf in Auschwitz in beeld wordt gebracht en leiden ons langs plaatsen zoals de executiemuur, de gaskamers, de galg en de appelplaats. Vervolgens verplaatsen we ons naar Auschwitz-Birkenau, het vernietigingskamp. De tijd om dit enorme kamp te bezichtigen is eigenlijk te kort en meestal beperken bezoekers zich tot een helft van het kamp. Een kleine groep zet er deze keer flink de pas in en bekijkt nu de tweede helft van het kamp. De helft met crematoria 4 en 5, de zogenaamde ‘warenhuizen’ , ook wel ‘Canada’ genoemd, waar alle goederen werden uitgezocht en opgeslagen, het veld waar de lijken in de open lucht werden verbrand, omdat de capaciteit van de crematoria onvoldoende was en de vijver waar de menselijke asresten in werden gegooid. Na het zien van zoveel ellende verloopt de reis terug erg rustig.
Van een heel andere orde is ons uitstapje naar Krakow, de oude koningsstad. Jan Vut heeft zich maandenlang ingelezen en kun je nu gerust een ‘Krakowspecialist ‘ noemen. Samen met Tim neemt hij een grote groep belangstellenden op sleeptouw door deze prachtige stad. Wie zijn eigen plan wil trekken kan natuurlijk zijn gang gaan, als je maar weer op tijd bij de bus terug bent. Anders is het openbaar vervoer het alternatief voor de reis terug naar Zakopane. Niemand die zich er aan waagt. Blijf je bij de twee gidsen, dan krijg je heel wat voor de kiezen; de Mariakerk, de Sukiennice, de Barbacane, Jama Michalika, de schilderijenmuur, Florianska, het Wawelpaleis met zijn kathedraal en de klok en de klepel, die we nu weten te hangen. Het graf van oud president Kazinsky was wat moeilijk te vinden, maar ook dat werd uiteindelijk ontdekt. Het is hard werken als je met een gids meegaat. Anderen deden het rustiger aan; lekker slenteren door de stad, genieten van de atmosfeer, kopje koffie, klein hapje. Kortom genieten. Zo kan het natuurlijk ook, want al te veel cultuur is ook weer niet goed.

Of we het uitstapje naar de markt van Nowy Targ ook ‘cultuur’ moeten noemen, waag ik te betwijfelen. Maar leuk is het altijd wel. Jammer dat Tim direct verordonneert dat er alleen dode dieren mee terug de bus in mogen, want wat zijn die biggetjes toch lief. Er is in ieder geval van alles te koop. Je kunt het zo gek niet bedenken. Uiteindelijk blijken de (dode) schapen en lammetjes in de vorm van kussentjes en kleedjes toch weer het populairst te zijn.

En dan zijn er natuurlijk ook nog de sportievelingen die voornamelijk mee gaan om lekker te skiën, te snowboarden, of te wandelen. Tegenwoordig is dit in Zakopane niet meer zo vanzelfsprekend. De bewoners van de Tatra, de Goral, zijn aardige mensen, maar ook nogal koppig en eigenwijs. Sinds het verdwijnen van het communistisch regime in ’89 eisen de vroegere eigenaren hun bezittingen weer terug. Dit betekent dat die leuke afdalingen langs de Gubalowka, Butorowy Wierch en Kotelnica niet meer of nog maar gedeeltelijk te gebruiken zijn. Er staan nu huizen, hekken en boompjes die het skiën onmogelijk maken. Overeenstemming over het gezamenlijke, toeristisch gebruik van de grond is nog ver weg. Dit alles doet het wintertoerisme geen goed. Maar gelukkig hebben we Bialka Tatrzanka nog. Een nieuw skigebied in de buurt van Nowy Targ, dat flink aan de weg timmert. Een gebied met mooie afdalingen in allerlei kleuren, met voldoende mogelijkheden om even te ontspannen en/of bij te tanken. We maken er dankbaar gebruik van. Iedere dag gaan we er met een bus (of twee bussen) op af. De sneeuw is goed, de muziek vrolijk en de afdalingen zijn uitdagend. Waar de een sierlijk bochtjes draaiend naar beneden glijdt, stuitert een ander naar beneden. Weer anderen doen gewoon hun ogen dicht om ze beneden pas weer open te doen. Skiënd of boardend, zo aan het eind van de dag heeft een ieder de grondbeginselen toch aardig onder de knie. Nog even een warm wijntje of een biertje toe en dan weer comfortabel met de bus terug naar Zakopane. Daar wordt natuurlijk ook geskied, want de Szysmoszkowa, zo vlak bij onze pensions gelegen, blijft natuurlijk ook leuk. Pieter, Loes, Paul en Jacqueline beperken zich ietwat met het skiën. Met de lift omhoog. Tot halverwege skiën en dan aanleggen bij de karczma aldaar. Zo komt de dag ook om. Mooi terras trouwens. In de avond zijn er nog heel wat fanatiekelingen die nog even een paar uurtjes de sneeuw opzoeken. Dit jaar is ons gezelschap verrijkt met een stel echte wandelaars; Trudy en Tom. Ze zien er niet tegen op om de Kasprowy Wierch te bestijgen en af te dalen. Een wandelingetje naar Chocholow? Prima, maar dan niet met de bus terug. Anderen doen het kalmer aan en kuieren (=vertikaal luieren) langs de Dolina Chocholow of Dolina Koscielisko en genieten van de natuur. Jan en Rene houden niet zo van genieten. Lijden willen ze. Binnen 70 minuten lopen ze loodrecht tegen de Gubalowka op en ook weer af. Ze hebben nog net tijd voor een paar foto’s, hoewel deze fotomomenten meer bedoeld zijn om even op adem te komen. Welk een zelfkastijding.

En dan de avonden. Het boek ‘De avonden’ van Gerard Reve eindigt met de klassieke zin; “Het is gezien, het is niet onopgemerkt gebleven”. Dit is voor onze reis ook van toepassing. Er zijn zoveel dingen gebeurd en ze gebeurden in zo’n hoog tempo, dat het niet bij te houden was. In Moszczeniczanka komen ze knallend uit de startblokken. Haardvuurtje aan, drankje er bij, spelletje op tafel en muziekje op de achtergrond. Iedereen doet zijn best om geen overlast te bezorgen. Het wordt gevaarlijk gezellig en iedereen geniet. Zo niet de beheerster van het pension. Zij vindt de muziek wat te hard, draait de volumeknop omlaag en verdwijnt weer. Maar even later verschijnt er een rood aangelopen Pool, die een kamer onder de feestzaal bewoont. Hij ontploft bijna en dreigt met de politie. Een handgemeen wordt ternauwernood voorkomen, maar de lol is er vanaf. We zullen hem nog wel krijgen, want de volgende avond is er voor de hele groep een feestavond met vrolijke, opzwepende muziek. De dakgoot fungeert als koelkast voor het bier, de vloer dient als kapstok voor alle jassen en Justin treedt op als onvolprezen barman. Er wordt gedanst, gezongen en we maken kennis met Wim. Van oorsprong is hij Limburger met een goed humeur (zoals hij zelf mailt). Voor het eerst mee, maar hij laat een onuitwisbare indruk achter. We gaan meer van hem horen. De Poolse meneer ziet waarschijnlijk in dat hij niet op kan tegen zoveel vrolijke Hollanders, want hij wordt niet meer gesignaleerd. Mea culpa. Op het eind van het feest zien we Willem nog even de hoeven van zijn vrouw schoonkrabben voordat ze op huis aan gaan. In de eigen pensions wordt de nazit nog even voortgezet.
Wat er in Jastrzebianka gebeurt, is onnavolgbaar. De bar hebben we in eigen beheer en is vanwege de jubileumreis uitbundig versierd. We kunnen niemand lastig vallen, omdat iedereen beneden is om toch maar niets te missen van het spektakel. Het is een grote, vrolijke bende, die aan het eind van de avond altijd weer keurig opgeruimd wordt. Alsof er dan niets gebeurd is. Er wordt gekeezd, geklaverjast maar vooral gezwetst. En dat kan heel aardig uitpakken. Ook hier ontpopt zich nieuw talent; Farinda Fabiola. Nog nooit van wodka gehoord, laat staan eentje gedronken. Dit geldt nu niet meer. Benno probeert het onheil nog te bezweren, maar ziet al gauw dat hij kansloos is. Tot in lengte van jaren zal er over Farinda’s prestatie gesproken worden. Als je je zo snel kunt aanpassen aan de gewoontes van een vreemd land en ook weer om acht uur aan het ontbijt zit, dan ben je een kanjer. Respect. Jammer dat Rene dit allemaal niet meer mee mocht maken. Hij revancheert zich later weer op de Gubalowka. Willem kan het beste ‘wurpelen’ van allemaal. Hij laat het even zien door de flanken van Ina te ‘bewurpelen’. En warempel, hij kan het echt. Voor Ina lijkt het geen straf. Ze kijkt er wel erg gelukzalig bij. (Voor de nieuwsgierige lezertjes; wurpelen is het soepel maken van de koeienspenen voor het melken.) Dieneke en Mark hebben hun gitaar mee. Ze speelden al wat in de bus tijdens de heenreis, maar dit hebben maar weinigen gehoord. In het pension lukt het beter. Dieneke blijkt over een mooie stem en een uitgebreid repertoire te beschikken. Het ‘Tomatenlied ’is veruit favoriet. Ze sluiten de avond er mee af. De zaal stroomt leeg. Naar bed. Een uurtje later dendert er om 3.00 nog een olifant met een houten poot en mooie zangstem, door de gangen van Jastrzebianka. Omdat er op maandagavond maar een violist beschikbaar is, verschuift de feestavond in Jastrzebianka naar de donderdag. Wel aardig, want het is dan ook tegelijk de afsluitende, laatste avond. En het wordt een feest. Dat Dirk kan dansen, is algemeen bekend. Hij doet het graag en vaak ook op de meest ongelegen momenten. Maar tijdens deze avond staan er nieuwe talenten op. Sjaak en Inge bijvoorbeeld. Maar ook Els blijkt opeens met Dirk heel goed uit de voeten te kunnen tijdens een sensuele dans. Het publiek kijkt ademloos toe. Maar dan verschijnt Limburger Wim plotsklaps ten tonele en verbreekt de betovering met een perfecte imitatie van de Rattenvanger van…….da’s nog wat onduidelijk. Het kostuum is in ieder geval prachtig. De stemming zit er nu helemaal in. Het orkest wordt zo enthousiast, dat ze hun optreden verlengen en zich zelfs overgeven aan toegiften. Maar daar zal de rondgaande pet misschien ook wel iets mee te maken hebben gehad. Rene strooit nog wat kilo’s confetti in het rond, die de volgende dag door Kees en Rina weer worden opgezogen. Deze actie komt hem nog duur te staan. Rene mag als straf als eerste iets voor het personeel doneren en dat doe je dan niet met vijf zlotych, als iedereen kijkt wat je in de pet gooit.

En dan het paardjerijden nog. In Polen noemen ze zo’n paardenoptocht een ‘kulig’. Het is een uitgelezen avond voor een dergelijk festijn. – 15* C en dan lekker dicht op elkaar gepakt in een rijtuigje of sleetje. Het instappen is een heel gedoe. Wie gaat bij wie en waarom is het rijtuig met dat leuke meisje waar je zo graag naast wil zitten, nu net weer vol. Vooral de laatkomers hebben moeite een plekje te vinden. Geroep, geren, kleine kinderen worden in karretjes gegooid en al rijdende weg wordt er nog ingestapt en misgestapt. Het lijkt de Dodenrit van Drs. P. wel. Als de kruitdampen zijn opgetrokken en de stoet op weg is, staan er nog drie lege karretjes te wachten. Die waren lekker vroeg thuis. De hele optocht belandt na een mooi ritje in Karczma Siwor. Een prachtig etablissement waar een orkest speelt en stromend water onder de vloer loopt. Je kunt dat zien door glazen platen in de vloer. Je kunt er je eigen forel vangen om later op te eten. Als dat niet vers is. Bijkomend voordeel is dat het festijn zich binnen afspeelt. Gezien de temperatuur buiten, is dit mooi meegenomen. Een enkeling waagt het nog om buiten een worst te roosteren, maar het merendeel amuseert zich binnen met zijn worst, soep, warme wijn en herbata goralska en elkaar. Na een uurtje begint de bus met zijn pendeldienst en gaan de eersten op huis aan. Na vier ritjes is iedereen weer op de plek waar zijn bed ‘woont ‘ en wordt er waardig afgesloten.

En voor je het weet, is het vrijdag. Dan moet je ’s avonds de bus weer in, naar huis. Maar eerst nog skiën en de laatste boodschappen doen en de markt over en het huis op zijn kop bekijken en de lieve barmanka gedag zeggen en de pauskerk bezoeken. Er is nog zo veel te doen, maar te weinig tijd. Een ieder geeft er zo een eigen invulling aan. Een lekker ontspannen dagje. Een spannend dagje voor Rob, die ’s morgens al een kaarsje opgestoken heeft, met het verzoek om geen slachtoffers te laten vallen. Dit lukt. Alles en iedereen blijft heel, zodat een ieder zelfde bagage naar de weg kan slepen. Wonderbaarlijk genoeg past alles in de bagageruimtes. Gauw de luiken dicht en dan aan tafel voor ons laatste avondmaal. Petten voor het personeel gaan rond en worden overhandigd, een laatste biertje genuttigd en dan de bus in. De terugreis is een makkie. Het gaat snel, omdat we handig wisselen van chauffeurs en omdat het rustig is op de weg. Zaterdagmiddag 12.05 zit het er op. Het regent en niet een beetje ook. Zouden we dan toch krijgen wat we verdienen? Daarentegen hebben we in Zakopane genoeg verdiend, dus dat beetje hemelwater deert ons niet. Uitladen, zoenen, gedag zeggen en voor je het weet, sta je alleen met een heleboel bier dat niet gedronken kon worden, omdat het bevroren was.

Het was een vakantie die het twintigjarig jubileum waardig was. Op school zeg je wel eens tegen de leerlingen; ‘een applausje voor jezelf’. Ik houd het maar bij; Jullie worden bedankt!
Voor de leuk,nog een paar die deze week langs kwamen.
- Henri tegen Aga (een Pools vriendinnetje dat in Jastrzebianka verblijft); “You talk over the grens “
- Annelies viert haar verjaardag in Zakopane, maar is hevig teleurgesteld als haar stoel niet versierd is.
- Roken; Agnetha zit om half vijf ’s morgens, buiten in de sneeuw, -12.*C, in pyjama en een dekentje om zich heen, te roken. Froukje kwettert gezellig mee vanuit het raam van hun kamer.
- Een goed advies; drink Gorska mint. Dan stink je niet zo naar de drank.
- De naam zal ik niet noemen, maar in Krakow klonk; ‘Wat is het hier koud. Mijn inlegkruisje is bevroren’.
- Regen. Als je de barjuffrouw ter afscheid kust, doe dat dan niet onder rekken met glazen. Die veeg je er met je hoofd heel makkelijk af.
- Zet nooit je naam op een schilderij dat in het barretje hangt. Voor je het weet, is het weg en word je verdacht. Gelukkig hing het er na een paar dagen plots weer. Maar wie is het nu geweest? (Oplossingen naar dit e-mailadres)
- Er klonken mooie namen gedurende deze week; Fabiola, Valentijn, Adelheid en natuurlijk Kees.
- Wie ooit nog eens in Zakopane naar de kapper gaat, dient er rekening mee te houden dat de ‘friser’ met een tondeuse knipt.