Zakopane, verstopt tussen de bergen, gevonden met Polentravel.nl

Verslag voorbereidingen Zakopane 2012 Jan Vut
Over de voorbereidingen van een wintersportreis.
Het is net alsof je op schoolreisje gaat. Al weken van tevoren zeg je tegen elkaar, dat het nu toch niet zo lang meer duurt en dat je er toch wel erg veel zin in hebt. Verkneukelen heet dit. Voorpret. Op vrijdag de veertiende stappen we daadwerkelijk in de auto’s; Willem Reiki, Johan Pijp, Jan Vut-Leylijn, Cornelis Eiken, Joop Flitshert, Tim Directeur en Rob. Zeven man sterk. Ervaren Polenreizigers, die al vaker met dit bijltje gehakt hebben. Een zware delegatie, die voorbereidingen gaan treffen voor ons verblijf in Zakopane in februari. Nu treffen we het dit jaar niet. Motel Roscice, ons vaste logeeradres, is definitief gesloten door de wegbeheerder. Als alternatief hebben we gekozen voor het nabij gelegen hotel ‘Promis’. Een mooi hotel, maar niet zo gezellig als we gewend zijn. Voor een hapje eten, moet je bijvoorbeeld naar een ernaast gelegen ‘vreetschuur’. Gelukkig maakt het barretje in het hotel veel goed. We ontmoeten er een parfumvertegenwoordiger. Waar je al niet mee aan de praat raakt…Hij heeft een soort stalendoos bij zich, waar in kleine, glazen buisjes kopieën van parfums zitten, die bedrieglijk veel op echte parfums lijken. Als we nu bij hem bestellen, dan zorgt hij er voor dat alles klaar staat, als we op onze terugreis weer langskomen. Het lijkt ons een grandioos plan. Vooral Joop weet precies wat-ie wil; Chanel No 5 voor Ineke! Een katholiek jongetje als Cornelis zou dit een aflaat noemen voor de liederlijke week die gaat volgen. Er worden trouwens meer bestellingen geplaatst in de nu toch wel hevig geurende bar. Dan bedenken we een plan voor de volgende dag. We gaan naar Wroclaw, het vroegere Breslau. We zijn er al zo vaak langs gereden en we hebben al zo vaak het plan opgevat om de stad eens te bezoeken . Het moet er nu maar eens van komen. Na een goede nachtrust en een stevig ontbijt gaan we er op af. Het moet gezegd; Wroclaw is de moeite waard. Een prachtig plein, omzoomd met historische gebouwen, een schitterend raadhuis en een aan te bevelen cukiernia, waar je lekkere taartjes kunt eten. Voor ieder twee. We beklimmen nog even een kerk met twee torens met een loopbrug ertussen en genieten van het uitzicht over de stad. In de middeleeuwen moesten overspelige vrouwen ten overstaan van de overige stadsbewoners, deze loopbrug schrobben, als straf voor hun verfoeilijk gedrag. Een soort boetebrug dus. We kuieren weer richting onze auto’s, krijgen van appelgroene meisjes allemaal een appeltje in de hand gedrukt en wenden onze steven naar Zakopane. Op de website van Willa Orla hadden we al gelezen dat er dit weekend een speciale aktie is; ‘pol cena’, wat zoveel betekent als half geld. Dit is natuurlijk hartstikke leuk, ware het niet, dat heel veel Polen het ook gelezen hebben. Druk!!! Voor ons geen plaats meer in de herberg. Nergens niet, alles vol. We belanden uiteindelijk in een paar lage zolderkamertjes van U Drwala. Bagage neerzetten en dan eerst maar eens iets eten in Bacowka, waar Tim ‘hinderlijk’ wordt lastig gevallen door een opzichtig flirtende cliënte. We rekenen maar gauw af en belanden in Bar Anemon, waar een nieuwe barmanka -Halina- ons verwelkomt. Klein maar dapper worstelt zij zich door onze cocktailtest. We hebben veel lol, maar je ziet haar nadenken over de vraag welk vreemd volk zij nu weer over de vloer heeft. We gaan op huis aan. Het is per slot van rekening een lange dag geweest. Johan ‘kopt’ in U Drwala een gat in het dak en loopt de rest van de week met een vreemde bult op zijn hoofd. Dan gaan we slapen. Die nacht vriest het een graad of tien.

Jan Vut ziet het de volgende dag als eerste. Hij is altijd vroeg op en maakt dan een wandelingetje. Deze zondagochtend vriest het nog flink. Hij is er getuige van dat sommige bomen binnen twee uur al hun bladeren laten vallen. Het lijkt wel of het bladeren sneeuwt. Het is duidelijk; de stevige vorst heeft de bomen doen besluiten om in een keer de herfst achter zich te laten. Een wonderlijk gezicht. Tijdens het ontbijt ontdekken we dat we geen korting op onze drankjes hebben gehad. Cornelis doet een halfslachtige poging om elke dag van een thema te voorzien. Tradities dienen in ere gehouden te worden. Voor de zondag vindt hij het thema ‘contemplatie’ zeer geschikt. Wij ook wel, hoewel we het niet van plan zijn. We beklimmen de Lipki (lijkt heel wat, maar heeft de hoogte van en molshoop) en wandelen over de kam, met mooie vergezichten, naar de Mariakerk, waar je goed kunt bespiegelen. Het is er druk. De mensen volgen de dienst zelfs buiten. Cornelis en Willem wringen zich met moeite nog even naar binnen, de anderen wandelen ondertussen even door de kloostertuin en bezoeken de Mariakapel. Nog even een kaarsje branden voor Kees en dan gauw aan de koffie met een dingetje in de nabij gelegen cukiernia, die vol staat met vrouwen die allemaal naar het toilet willen. Het moet een wel heel mooi toilet zijn. Zelf hebben we het niet gezien, omdat we er niet bij konden. Op weg naar de lift vindt Willem een metalen rolmaat. Het ding wil zichzelf niet goed oprollen, maar na wat gefrunnik is-ie weer als nieuw. We hebben het geweten. Vanaf dat moment meet Willem alles; de breedte van de zitplaatsen aan tafel, de hoogte van barkrukken en tafels, de doorsnede van borden, de lengte en breedte van een vlot. Dit is tot daar aan toe. Maar dan begint hij aan de omtrek van hoofden en de omvang van. U snapt het wel; te pas en te onpas.
Bij de Butorowy Wierch kopen we een liftarrangement; We gaan er met de lift omhoog om dan verderop met de funiculaire naar beneden te gaan. Zo’n tien jaar geleden kon je vanaf de Butorowy nog een hele leuke afdaling maken. Nu staan nieuw gebouwde huizen en hekken om tuinen, de skiërs in de weg. Jammer. Er liggen nog wat restanten sneeuw van de afgelopen week. Genoeg om een sneeuwballengevecht te houden, waarbij Rob lafhartig dekking zoekt achter een toevallig passerende Poolse jongedame. Gelukkig raakt er niemand gewond. Bovenaan de lift van de Szymoszkowa staat een leuke karczma; Honielka. We eten er pirogi (gevulde deegballetjes) en drinken er iets. Door de halfgeld actie is het aardig druk op de kam van de Gubalowka. We wringen ons de funiculaire binnen om af te dalen en missen dan opeens Cornelis. Hij staat nog te worstelen met het kaartjesapparaat en is nog net op tijd om ons te zien vertrekken. Beneden staan we een beetje ongedurig op hem te wachten. Net op tijd arriveren we in de Krupowki – een soort Kalverstraat- om getuige te kunnen zijn van de Mariaprocessie. De processie is dit jaar groot en lang met veel nonnen. Non Alcoholica hebben we echter niet kunnen ontdekken. Wel Non Conform.
.jpg)
We lopen maar gauw door, want we hebben haast; we willen ons ‘half geld’ terug. Er staat een nieuwe barmanka -Renata-, die ons uitlegt, dat er heel veel drankjes voor half geld te koop zijn, maar nu net niet die drankjes, die wij drinken. Maar wie drinkt er dan ook warme wijn, warm bier, warme krupnik en rode wodka in een bar waar het dertig graden is? We laten het er maar bij en maken het ons gemakkelijk. Niet te lang, want we moeten ook nog naar Pod Giewontem om een aantal massageafspraken vast te leggen. Cornelis heeft last van zijn schouders en Willem lijkt het domweg wel lekker om gemasseerd te worden. We worden gastvrij onthaald door Zbigniew en Renata en nuttigen een ontbijt als warme maaltijd. Speciaal voor ons wordt Aga van huis gehaald om de bar te openen, die ze een kwartiertje later weer kan sluiten, omdat we weer terug naar het centrum gaan. We ontmoeten een aantal leuke Polen, die belangstellend informeren welke veranderingen in Polen ons het meest zijn opgevallen en wat wij van de Polen vinden. Dan blijkt in de loop van het gesprek, dat de Polen ons (de Nederlanders) erg veranderd vinden; minder open, minder gastvrij, minder vriendelijk. Zou dit dan toch de invloed van de GBL zijn? Wel even slikken. Maar omdat wij wel aardig, open en gastvrij zijn, wordt het toch nog bijzonder gezellig met iemand met een rode zakdoek op het hoofd op het toilet, barkrukken die spontaan onder je wegglijden als er iemand passeert en een man in een rolstoel, die binnen komt lopen om te vragen wat die Hollanders hier toch doen. Je hebt zo van die avonden. Dan is het mooi geweest.

We keren weer terug naar onze zolderkamertjes. De volgende ochtend zijn we niet ‘vlug’. Uiteindelijk verhuizen we dan toch naar Willa Orla, waar we hartelijk welkom worden geheten en mooie ruime, warme kamers krijgen.. We besluiten de gang er in te houden en wenden onze steven naar Slowakije. Via Chochotow rijden we Slowakije binnen en belanden in een restaurant aan een groot meer. Willem is plotsklaps spoorloos. Na enig zoeken vinden we hem in een belendende meubelzaak, waar hij de raampjes van meubeldeurtjes staat te poetsen, ondanks protesten van een Slowaakse mevrouw. We nemen hem maar mee en laten hem de bediening meten ter afleiding. We nuttigen er een wel erg sterke knoflooksoep en eten er een eendje. We bezoeken daarna ‘Oravsky Hrad’, het kasteel van Dracula. Soms gebeurt het, dat je jezelf opeens oud voelt. Als Jan Vut toegangskaartjes wil kopen, is er eerst iemand die opmerkt dat het toch wel ‘een mooie, culturele seniorenreis’ is. Jan koopt daarop vijf seniorenkaartjes en twee ‘normale’. Dat Tim en Rob normaal lijken te zijn, is voor hen toch wel een opluchting. Het slot zelf is een imposant bouwwerk, volledig in tact, met een welhaast onbereikbare citadel boven op de rots.’Hier zou een heer kunnen wonen’, zou Marten Toonder zeggen. De steile toegangsweg is al adembenemend, de steile trappen op de verschillende binnenplaatsen doen ons helemaal naar adem happen. Nu begrijpen we ook waarom de mevrouw die de rondleiding verzorgt, zo langzaam loopt en alleen maar naar de Duitse- of Engelse teksten wijst. Geen adem meer over om iets te zeggen. Hier is ook een film over Dracula opgenomen. Rekwisieten en kostuums hangen en staan er nog, evenals het witte kleed van een overleden ‘witte dame’, die er in de kapel begraven ligt. Angst voor deze eventuele bewoners hoeven wij niet te hebben, gezien de penetrante knoflookgeur die om ons heen hangt. Het bezoek aan dit Hrad blijkt in ieder geval zeer de moeite waard te zijn.

We dalen weer af en keren terug naar Zakopane, omdat Cornelis gemasseerd moet worden. We rijden nogal om, omdat de Tom Tom in de war raakt van alle nieuwe aangelegde wegen, maar leveren Cornelis keurig op tijd af. Een uurtje later keert hij weer bij ons gezelschap terug. Het moet gezegd; hij ruikt lekker. De kat is niet meer bij hem weg te slaan. We eten nog een kleinigheidje in het centrum en gaan dan met z’n zevenen in een taxi - net zo duur als drie taxi’s - terug naar Willa Orla, waar we met een wijntje nog even de dag doornemen. Het was een rijke dag. De dinsdag begint met een prima ontbijt. Cornelis heeft het ’s nachts erg warm gehad. Hij ligt helemaal boven in de nok en ‘vangt nu alle warmte van Johan en Joop’. Zijn verzoek om het raam open te zetten vindt geen weerklank, omdat beide J’s slechthorend zijn en de apparaten hebben uitgezet. Zo hebben ze ook geen last van gesnurk. Daarnaast ontdekt Cornelis dat hij de kamersleutels van het vorige pension nog in bezit heeft. Die moeten eerst maar terug. Na deze goede daad begeeft de groep zich naar Kuznice om met de gondel omhoog te gaan. Op het parkeerterrein zien ze een pas getrouwd stelletje uitstappen, dat zich weer in bruidskleding hijst, met daar weer dikke, warme kleding overheen. Zij gaan de Kasprowy Wierch op om een fotoreportage in de sneeuw te maken. Het schijnt gebruikelijk te zijn, want later ontmoeten we in Willa Orla nog zo’n stel. Tijdens de wandeling naar Kuznice wordt de forellenkwekerij nog even bezocht. Verse vis, zo uit het snelstromende water geschept. Heel Zakopane eet er van. Het is vast en zeker een internationaal bedrijf, want er staan viskisten uit Urk.

Boven op de Kasprowy Wierch aangekomen, is het uitzicht fenomenaal. Prachtig helder en zonnig weer met mooie vergezichten. Na een tijdje moet je echter weer naar beneden, samen met een schoolklas. Iedere keer als de gondel ‘over ‘een paal gaat waar de kabel langs loopt, voel je de gondel zakken. Als je dan zoals Willem en Cornelis heel hard ‘oeioeioei ‘roept, krijg je heel veel schoolkindertjes aan het lachen maar ook aan het huilen. Pedagogisch onverantwoord, opa’s. Laat het niet nog eens gebeuren. Beneden aanbeland, eet men in Kuznice eerst nog zo’n onovertroffen zapikanka van ‘omaatje’. De naam van oma weten we niet, maar deze oma werkt al sinds mensenheugenis in het restaurantje aan de voet van de gondel en produceert de lekkerste zapikanki. Tim Directeur en Rob hebben ondertussen, tijdens het uitstapje van de anderen, geprobeerd enkele zakelijke zaken te regelen. Maar ja, je bent in Polen en dan gaat het niet zo snel. Ondanks eerdere telefonische afspraken, lukt het niet iedereen te bereiken c.q. te spreken. Willa Orla is een makkie. We logeren er per slot van rekening. Tekenen, betalen en klaar. In Moszczeniczanka lukt het ook en zijn de afspraken redelijk snel gemaakt. Jammer alleen dat Anna er niet meer werkt. Het gaat haar goed. Maar Jastrzebianka herbergt niemand die ons te woord kan staan, laat staan dat de directeur er is, met wie we samen de contracten zouden tekenen. Dat wordt woensdag en we gaan er over gebeld worden. Dat moet dan maar. Met het vinden van een eindlocatie voor na het paardjerijden, wil het ook maar niet opschieten. We zijn er moe van en willen nu iets anders dan koffie. Als bij toeval treffen we elkaar in Bar Anemon. Altijd mooi zo’n ontmoetingspunt voor het geval je elkaar kwijt bent. Tim ziet er na de wandeling schijnbaar nogal verhit uit. Halina informeert tenminste; ‘Are you hot ?’. En wat zeg je dan? ‘Yes, and you?’. Dat is wat je noemt een binnenkomer. We wisselen de ervaringen van de dag uit, laten Willem alles nog maar even opmeten, bewonderen de boreling van de dochter van de bazin van de Bar Anemon en gaan dan wat eten in Sopa, een karczma naast Willa Orla gelegen. Je kunt daar de lekkerste shasliks eten en met dit besluit maken we Johan ook nog eens helemaal gelukkig, want hij vindt Hanka, die daar werkt, zo leuk. Zijn vakantie kan niet meer stuk. Zeker nadat Hanka ook nog eens een hele grote plank met allemaal Poolse heerlijkheden op tafel deponeert. Het gespreksniveau is weer hoog; Kan iemand uitleggen hoe je windeieren vangt? Het komt goed uit dat Sopa zo dicht bij Orla staat, want je rolt zo naar de plek waar je bed staat.

Op woensdag is het zulk mooi weer, dat we besluiten om te gaan vlotvaren. Onderweg bezoeken we eerst nog even Bialka Tatrzanska. Er wordt een nieuwe skilift aangelegd. Bialka ontwikkelt zich op deze manier tot een geduchte concurrent van Zakopane. We keuren de bouwactiviteiten goed en vervolgen onze weg. Normaal gesproken is vlotvaren een zomerse attractie, maar na het koude begin van de week lijkt het nu wel zomer. Helaas zijn er weinig mensen en moeten we wachten tot er voldoende vlotbemanning is. In de verste verte zien we geen nieuwe klanten naderen en we besluiten dan maar iets meer te betalen en het complete vlot te huren. En dan dobber je koeterdekoet vanaf Smorowce naar Szczawnicza, onderweg genietend van de natuur, de rust en het prachtige landschap. Jammer dat er halverwege de tocht vanuit Jastrzebianka gebeld wordt met het verzoek om de contacten te komen tekenen. Dat gaat dus even niet. Men heeft er begrip voor. Achter in de middag dan maar. Een busje brengt ons, nadat we aangeland zijn, weer keurig terug naar het beginpunt. We hebben nog even tijd voor een soepje in een prachtige, nieuwe karczma in Bialka. Joop, Rob en Tim rijden gauw door naar Jastrzebianka om daar de directie te ontmoeten. Er staat iets belangrijks op stapel, want iedereen loopt in klederdracht en alle tafels zijn prachtig gedekt. Zelfs het keukenpersoneel heeft geen tijd voor een praatje. Een zware delegatie wacht ons op, maar dit betekent niets, want een kopje koffie later staan we weer buiten, met een naar tevredenheid ondertekend contract. Volgende keer graag weer op dezelfde manier. Willem en Cornelis hebben zich ondertussen bij massage-Renate vervoegd. De rest wacht hen op in de Anemon, waar een elektricien met behulp van twee trapjes vijftig meter lichtslang rond de entree vastspijkert, zonder ook maar een keer op zijn vingers te slaan. Als het begint te schemeren, lopen we naar de overkant om een hapje te eten. Even later voegen Willem en Cornelis zich soepel geurend bij ons en ontregelen direct alles. Om te beginnen moet alles en iedereen weer gemeten worden. Cornelis controleert de bediening en de keuken en de rest sluit vriendschap met een groep Poolse mijnwerkers. Iedereen krijgt de slappe lach en van een normaal functionerend restaurant blijft niets over. Gelukkig krijgen we nog iets te eten en slagen we er in om een orkest voor februari vast te leggen, voordat we naar ons pension terugkeren. In Willa Orla teruggekeerd, horen we rumoer in de eetzaal. Een Pools gezelschap(je) zit nog even gezellig aan. Een jong, pasgetrouwd stel heeft zich ook boven op de Kasprowy Wierch op de foto laten zetten. Ze zitten met vrienden en een wijntje na te genieten. Een (nogal gezette) vriendin ontwikkelt wel heel veel belangstelling voor de Prinsen. Vooral de jongste telg moet het ontgelden. Wegschuiven helpt niet. Onverbiddelijk wordt Tim in een soort houdgreep genomen, waar hij zich met veel moeite aan weet te ontworstelen. De kamerdeur gaat die nacht dubbel op slot.

De volgende ochtend is de opdringerige jongedame niet meer gesignaleerd. Tot opluchting van Tim, die dan wel natte sneeuw signaleert. En niet zo’n beetje ook. Tijdens het ontbijt wordt het van kwaad tot erger. We bellen zwager Albert, die nog zo’n honderd kilometer van Krakow verwijderd is en vertellen dat we niet als ontvangstcomité klaar zullen staan in Nowy Targ. We spreken af om elkaar om vier uur in bar Anemon te ontmoeten. Dan komt de sjoelbak tevoorschijn. Het is tijd voor Oudhollandse spelletjes. Tim en Rob gaan er op uit om de sledetocht en de karczma te regelen. Tegen het bezoek aan het paardenvrouwtje zien we altijd een beetje op. Deze mevrouw regelt zo honderd sleeën met paarden er voor. Het is haar werk. Maar dat ruik je ook; het hele huis stinkt naar paard. Zelfs de hond! Als je dan zelf weer buiten staat, denk je altijd dat iedereen jou ook als paard ziet. Maar de organisatie van zo’n kulig is geen probleem voor haar.

Het vinden van een geschikte karczma wel. Bij de derde poging is het raak. Een mooi ding, prachtig gelegen en op loopafstand, als je tenminste de weg weet. Ter bezegeling van de succesvolle onderhandelingen biedt de eigenaresse van de karczma Rob nog een schoondochter en een honingwodka aan en dan gaan we weer gauw terug naar Willa Orla. De anderen zijn in een hevige sjoelstrijd verwikkeld. Er gelden strenge afspraken; niet met je vinger er langs, geen bok, helemaal er in en niet stapelen. Johan heeft een heel aparte stijl. Hij gooit heel hard, met twee handen tegelijk terwijl hij naar buiten kijkt. Succes heeft-ie er niet mee, maar het is wel bijzonder. Cornelis informeert bij Tim nog even naar ‘die jongedame met het Japanse uiterlijk’. Onbegrip alom. Waar gaat dit over..We besluiten een hapje te gaan eten in U Wnuka. We wachten op Joop die maar niet wil komen. Last van een verstopping? Dan gaat de telefoon en meldt Joop zich. Cornelis heeft hem op de kamer ingesloten. Dan toch eindelijk naar U Wnuka. Deze zomer heeft de eigenaresse van dit restaurant onze bus nog achter de ketting gezet, omdat we op hun parkeerterrein stonden en niets kwamen eten. Wij hebben de bus toen stiekem bevrijd. Ietwat beschroomd stappen we binnen, bang om er besmeurd met pek en veren weer uit gegooid te worden. Maar niets van dit alles. Alsof er niets gebeurd is, genieten we van een lekkere maaltijd, met schnitzels als wagenwielen en van Sylvia, die hele mooie ogen heeft en bijna vergeet af te rekenen met een deel van de groep. Dan verplaatsen we ons met tegenzin naar bar Anemon om Albert en zijn groep te ontmoeten. De helft van onze groep gaat eerst nog even op theepottenjacht en die zien we pas veel later terug. De andere helft wacht en bezit de ziel in lijdzaamheid. Zo tegen half vijf arriveert de Drentse delegatie. Ze hebben een lange nacht en dag achter de rug en dat is te zien ook; rode ogen, onzekere blik, maar vastberaden. Ze kletsen wat, brengen Renate – de barvrouw- in verwarring en verlaten eigenlijk vrij vlot het pand om in Pod Giewontem te gaan eten. Als wij later op de avond nog even langs gaan, ligt iedereen op bed. Jammer. Net als Albert en de zijnen weg zijn, komt de andere helft van onze groep weer boven water. Met theepot. Cornelis wil koffie met whipped cream. Hoe hij het voor elkaar krijgt, weet niemand, maar het wordt speciaal voor hem klaar gemaakt. Het is de start voor een soort Hollandseavond, waar af en toe een verdwaalde Pool aan mee doet. We bellen met Jan Keu in Brazilië om te horen of zijn renpaard gewonnen heeft (dat deed het), zingen over een woonboot in de Amstel die ook in Australië is geweest en luisteren naar oude songfestivalliedjes. Wat je allemaal niet doet in je angst, met behulp van moderne communicatietechnieken. Er komen weer allerlei onderwerpen ter sprake, die ik gelukkig allemaal weer vergeten ben. Begin nooit over het sturen van een Valentijnskaart, want dat levert alleen maar hoon op. Wooooow. We sluiten keurig op tijd af in Orla met het doornemen van de dag en gaan dan naar bed, want de volgende dag vertrekken we per slot van rekening weer richting Nederland.

We spreken af om om een uur te vertrekken. Iedereen kan dan nog de laatste boodschappen doen en er rest genoeg tijd om naar ons grenshotel te rijden. Zelfs vanuit Nederland wordt er nog gebeld met verzoeken om van alles mee te nemen uit Polen. Tim en Rob bezoeken een bevriende familie en worden haast participant in een Ledverlichting onderneming. We weigeren echter resoluut. De overigen kopen zich een slag in de rondte aan souvenirs. Keurig op tijd zitten we in de auto en rijden richting Krakow, waar we er al weer uit gaan voor een lichte lunch. Regelmaat moet er zijn. Voor 2.80 zlotych per honderd gram mag je de borden vol laden. Het wordt dus geen lichte lunch. De verleiding is te groot. Puffend en steunend stappen we weer in de wagens om al rijdend wat uit te buiken. Bij kilometerpaaltje 165 gaan we er even uit voor een kopje koffie. Cornelis neemt echter choclademelk met whipped cream. Hij zal het weten. We zijn dicht bij Wroclaw en het is eigenlijk nog maar een klein stukje tot ons nieuwe onderkomen dicht bij de grens. Op onze eerdere reizen zijn we dit nieuwe etablissement al vaak gepasseerd. De afslag hebben we echter nog nooit ontdekt. Ook niet via Google earth. En nu doemt de afslag in het donker zo maar voor ons op; Hayduk, een houten motel. Keurig netjes en sfeervol, gelegen bij een benzinestation.

We ruilen nog wat met kamers, zodat Joop, Johan en Cornelis tevreden in een soort kribje komen te liggen en gaan dan op de eetzaal aan. Twee vrolijke, weelderige zussen, die geen zussen blijken te zijn, bedienen de gasten. We eten wat, maar Cornelis laat alles aan zich voorbij gaan, omdat de chocolademelk toch wat zwaar op de maag ligt. En dan blijkt dat Jan Vut, de kassier, veel geld heeft over gehouden. Als iedereen klaar is met eten, bestelt Cornelis heel royaal allemaal kaas- en vleesplanken. We verplaatsen ons maar gauw naar de bar, maar ook daar blijft Cornelis’ vingertje rondgaan. We ontmoeten er nog een Afghanistan veteraan, die zegt niet getraumatiseerd te zijn, maar zich wel zo gedraagt. We worden vrienden voor het leven. We komen nog te spreken over het oeuvre van Godfried Bomans met; commandant Koperbuik, die alle spuitbelendende percelen nat houdt, tante Pollewop en pa Pinkelman en zijn meest bekende uitspraak betreffende de benen van Marlene Dietrich; ‘Had mijn vrouw maar een zo’n been’. Dan is de portemonnee leeg en vallen we luidruchtig in slaap. Een waardige afsluiting van een laatste avond. We slagen er de volgende dag in om mooi op tijd te vertrekken. Het is de bedoeling om vlak voor de grens nog even te tanken en wat aardewerk te kopen. Tanken kan zonder problemen, maar de winkeltjes met aardewerk zijn alle maal dicht. Geen pannenkoek borden. Over de terugreis valt weinig te vertellen. Iedere auto voor zich en een Joop, die weer heel veel herten ziet (net als op de heenweg) De anderen, die er niet zoveel zien, denken dat Joop de herten op de verkeersborden meetelt. In Wolvega nemen we afscheid van Joop en om klokslag zes staan we voor Willems huis. We worden hartelijk verwelkomd door onze vrouwen en moeten direct gaan vertellen over wat we hebben meegemaakt. Gelukkig moet er ook gegeten en gedronken worden, zodat we nog even de tijd hebben om iets te bedenken. De soep en de chili con carne smaken uitstekend. We waren er aan toe, denk ik. Donders, nu zijn we helemaal vergeten de parfums op te halen.
Namens de Polentravel-crew; Cornelis, Willem, Johan, Joop, Jan, Rob en Tim